De donkere wolken pakten zich vorige maand al samen boven de enige zelfstandige computerfabrikant van Nederland, toen Tulip over het boekjaar 1997 een verlies bekendmaakte van meer dan 27 miljoen gulden over een omzet van ruim 461 miljoen. Directeur en oprichter Franz Hetzenauer kondigde toen al aan dat 1998 het jaar van de waarheid zou worden voor zijn bedrijf: zonder betere resultaten zou Tulip zeker ten onder gaan. 1996 was Tulip ook in rode cijfers geëindigd: toen bedroeg het verlies 10 miljoen op een omzet van 527 miljoen. Die voorspelling is voor Hetzenauer eerder uitgekomen dan verwacht. De directeur hielp niet echt mee aan de verbetering van het imago van Tulip door een deel van zijn aandelenpakket van de hand te doen. Daarna bracht mede-directeur Romein het bedrijf in opspraak door een volstrekt legale, maar weinig vertrouwen wekkende onroerendgoed-transactie aan te gaan met een zakenpartner, die in september Tulip had geholpen de failliete boedel van Commodore over te nemen. Bij de presentatie van het jaarverslag over 1997 schreef Hetzenauer het verlies toe aan het mislukte avontuur met de bouw van een fabriek in China (met steun van Economische Zaken) en problemen met zijn nieuwe assemblagefabriek in Nederland. Ook de algehele malaise in de computerbranche deed Tulip de das om. Analisten denken dat er weinig kans op voortzetting van Tulip als onafhankelijk merk. Het bedrijf zoekt al sinds 1996 vergeefs naar een strategische partner.