In maart 1999 zorgde Melissa wereldwijd voor grote schade. De toen dertigjarige David Smith uit het Amerikaanse Aberdeen bleek verantwoordelijk te zijn. Melissa was een zogenoemde worm die zich als attachment bij een e-mail verspreidde. De afzender was een bekende uit het adresboek, een toen relatief nieuw fenomeen. Omdat Melissa zich via het adresboek vermenigvuldigde, ging de verspreiding razendsnel. Grote bedrijven als Intel en Microsoft waren zelfs gedwongen hun mailservers af te sluiten. In december 1999 verklaarde Smith schuldig te zijn. Zowel Smith als zijn vervolgers hebben verklaard dat de schade boven de 80 miljoen dollar uitkomt. In theorie had de man tot vijf jaar gevangenisstraf kunnen krijgen. Uiteindelijk is het twintig maanden geworden, plus een boete van 5000 dollar. Smith is niet de eerste die moet boeten voor het verspreiden van een virus. De eerste was Robert Morris, die al in 1988 een worm verspreidde die tien procent van alle computers met een internetconnectie platlegde. Het bekendste voorbeeld in Nederland is Jan de W., de man achter het Kournikova-virus. Hem werd een taakstraf van 150 uur opgelegd.