Betrokkenen bij de zaak bevestigden dinsdag dat het Europese Hof van Eerste Aanleg op 17 september uitspraak doet. Microsoft diende het hoger beroep in 2004 in, nadat de Europese Commissie concludeerde dat het bedrijf misbruik had gemaakt van de dominante marktpositie van Windows.

De antitrustzaak die de Europese Commissie aanspande had betrekking op het bundelen van Windows Media Player met Windows enerzijds, en op de gebrekkige levering van technische informatie aan concurrenten anderzijds, waardoor deze moeilijk software konden bouwen die goed samenwerkte met Windows. In april vorig jaar hield het gerechtshof een hoorzitting die drie dagen duurde, en waarin beide kampen hun standpunten toelichtte.

Er zijn vier mogelijke uitkomsten in september. De uitkomsten waarbij ofwel Microsoft ofwel de Europese Unie volledig in het gelijk worden gesteld zijn onwaarschijnlijk. De overige uitkomsten, waarbij beide partijen deels hun gelijk halen, zijn waarschijnlijker.

Volgens advocaten die de zaak volgen, is een uitkomst waarbij Microsoft technische informatie over het besturingssysteem moet delen, maar Windows Media Player mee mag blijven leveren, het waarschijnlijkst. Geen van de betrokken juristen wilde echter zijn vingers branden aan een voorspelling van het vonnis.