`Don't copy that floppy' is de leus waarmee de Amerikaanse software-industrie sinds de opkomst van de personal computer in de jaren tachtig het illegaal dupliceren van programma's probeert te bestrijden. Maar de diskette als verspreiding van contrabande is allang ingehaald door het Internet. Op het wereldwijde netwerk wordt op grote schaal gehandeld in illegale kopietjes van applicaties (onder de verzamelnaam `warez') die tienduizenden guldens kunnen kosten. Met de No Electric Theft Act (kortweg NET Act) gaat het Congres de verspreiding, maar vooral de commerciële handel in illegale software, muziek, filmbeelden en literatuur te lijf. Het aanbieden van gekopieerde programma's wordt een federaal misdrijf als de waarde van het geheelde goed boven de 5000 piek uitstijgt. Voor federale misdrijven geldt niet alleen dat overtreders in alle staten kunnen worden gepakt door de nationale politie, maar ook dat er zwaardere straffen staan op overtreding. De wet geeft rechters de mogelijkheid om maximaal vijf jaar cel op te leggen en een boete van een half miljoen gulden. De Software Publisher Association is blij met de NET Act. Tot nu toe had deze vereniging van software-ontwikkelaars nauwelijks een wapen om op te treden tegen mensen die gratis illegale pakketten via het Internet verspreiden. Omdat deze piraten niet streven naar winst bleven zware straffen uit. Minder blij zijn de Internet-providers, die vrezen dat ze op basis van de nieuwe wet door de software-industrie zullen worden aangeklaagd als gebruikers hun dienst gebruiken om illegale kopieën rond te sturen. Toch is de kans klein dat president Clinton komende vrijdag gevoelig zal zijn voor dit argument, als hij de NET Act met zijn handtekening moet bekrachtigen.