Het WCIT (World Congress of Information Technology) is een internationale conferentie die om de twee jaar wordt gehouden. Deze keer in Nederland, dat het politieke en zakelijke evenement hierheen heeft gehaald. Niet alleen omwille van het prestige, bezweert Maria van der Hoeven, demissionair minister van Economische Zaken, in een interview met Webwereld. "Dit zet je neer op de ict-kaart. Nederland heeft veel goede dingen."

‘Olympische Spelen van de ict’

Van der Hoeven zal vandaag de conferentie openen. Naast de minister is ook eurocommissaris Neelie Kroes present, evenals vele ceo's en cio's van nationale en internationale bedrijven en organisaties.

Via de conferentie wordt Nederland als ict-gidsland internationaal onder de aandacht gebracht. "Showcases van ons land tonen en laten zien dat we een goede vestigingsplaats zijn voor ict-bedrijven. Het is hier goed investeren voor R&D-intensieve bedrijven." Nederland heeft met AMS-IX immers het grootste internetknooppunt ter wereld.

Voormalig staatssecretaris Frank Heemskerk van EZ heeft WCIT al de 'Olympische Spelen van de ict' genoemd. Meedoen is belangrijker dan winnen, en in huis halen brengt veel positieve neveneffecten met zich mee, luidt de gedachte. "Je moet zelf namelijk nooit je licht onder de korenmaat zetten", zegt Van der Hoeven. "Wees trots op wat je te bieden hebt en laat dat aan de wereld zien." Nederland mag, nee moet, zich van haar zeker op de borst slaan.

Dat doet de Nederlandse ict-branche en de overheid ook met de zogeheten Declaration of Amsterdam. Een belangrijk deel en doel van de ict-conferentie is het opstellen en presenteren van die formele verklaring (pdf). Daarin scharen de WCIT-participanten zich achter betere inzet van ict om economische groei te stimuleren, energieverbruik te verlagen en efficiënter te maken, de kwaliteit van leven te verhogen, en vertrouwen van burgers te vergroten.

Beleid bepalen

Dit visiedocument bevat niet slechts goede intenties, maar moet ook dienen als basis voor beleidsbepaling en nieuwe acties, vertelt Van der Hoeven. "De Declaration heeft driemaal waarde: is input voor de vergadering van de G20-landen, het is input voor de ict-agenda van Eurocommissaris Kroes voor de EU, en is input voor Nederland." Het WCIT-document bepaalt niet rechtstreeks het beleid, maar levert wel bouwstenen daarvoor.

"Het geeft aan wat we met ict willen doen, ook wereldwijd. Denk aan nieuwe wetgeving voor nieuwe ontwikkelingen, bijvoorbeeld op het gebied van privacy. En denk aan ict in de zorg, dat is nog grotendeels 'onontdekt'. Denk ook aan de creatieve sector; gaming en design, daar zijn we in Nederland goed in."

Daarnaast noemt zij nog embedded systems, miniaturisatie inclusief nanotechnologie, en de rol van het Amsterdamse internetknooppunt AMS-IX waar het gros van het Europese internetverkeer langs loopt. Nederland staat er daarmee goed voor wat ict en e-commerce betreft.

Open ict

Zij hamert daarvoor wel op het belang van open ict. De Nederlandse overheid geeft daarbij volgens haar het goede voorbeeld, met bijvoorbeeld het actieprogramma NOiV (Nederland Open in Verbinding). Dat overheidsbeleid voor gebruik van open standaarden en eventueel ook open source is nog geen doorslaand succes over de gehele linie. "Er is wat weerstand", erkent Van der Hoeven. Maar het is belangrijk dat het actieprogramma er überhaupt is, vervolgt zij. Veel landen zijn daar nog niet eens aan toe.

Is Nederland daarin dan te terughoudend, door Nederlandse bescheidenheid? "Nou, dat is Hollandse bescheidenheid", corrigeert de in Limburg geboren politica. "Het is wel zo dat we in Nederland teveel aannemen dat anderen al wel weten wat we doen, wat we hebben." Daar is dus weer de boodschap dat 'borstklopperij', maar dan terechte, best nodig kan zijn. Van der Hoeven heeft drie adviezen, of zelfs credo's: "Doe wat je doet, goed. Laat het de wereld weten. En zorg dat ze je niet vergeten. WCIT is een middel voor dat laatste."

Verkrampte wetgeving

"Ict stoort zich niet aan grenzen. De fysieke infrastructuur is echter wel 'geografisch'. En wetgeving is nog veel lastiger, kijk maar naar intellectueel eigendom. Wij hebben in Nederland bijvoorbeeld ook te maken met Frankrijk." Van der Hoeven uit opvallend harde woorden over de regering van dat Europese land. Frankrijk heeft een "verkrampte houding en gaat uit van oude wetgeving, die is gebaseerd op fysieke informatiedragers, op oude media." Wetgeving zoals die three strikes-aanpak bij downloaden is in haar ogen absoluut niet de oplossing.

Frankrijk heeft namelijk nieuwe, scherpere wetgeving vanuit die 'verouderde gedachtengang' voor nieuwe media en middelen, zoals het omstreden 'three strikes'-beleid voor het afsluiten van internetpiraten. En het is niet alleen Frankrijk. Ook bijvoorbeeld Groot-Brittannië voert nieuwe digitale wetgeving in, die vooral beperkend lijkt te zijn.

Van der Hoeven erkent dit, maar is optimistisch: "Dat zijn tijdelijke hickups. De technologie ontwikkelt zich immers zo snel en sommige ontwikkelingen zijn onvermijdelijk." Zij stelt dat landen, overheden en bedrijven juist moeten leren daarop in te spelen met wetgeving en businessmodellen.

"Dat is ook het voordeel van wat ouder zijn; je kunt dan terugkijken. Ik ben nu 60 en herinner me nog dat we begin jaren negentig een discussie in de Tweede Kamer hadden over internettoegang en het subsidiëren daarvan." Een nu totaal achterhaalde discussie. Maar het kost wel tijd. Wat te doen aan de toenemende pressie van 'ouderwetse wet- en regelgeving' die digitale mogelijkheden beperken en mogelijk innovatie afremmen? "Ik heb niet de oplossing voorhanden", geeft Van der Hoeven toe. "Maar het is echt tijdelijk, het slaat om. Dat gaat u wel meemaken, ik misschien."

Leveranciers verengen blikveld

Belangrijk is volgens de minister vooral dat de aandacht niet uitgaat naar de technologie zelf. "We fixeren ons teveel op een ding, in plaats van op wat we willen doen: diensten ontwikkelen en communiceren." Van der Hoeven wijst op de discussies, van vroeger en nu, over pc's in het onderwijs. Het gaat niet om de aanschaf van die apparaten, maar om het doel er informatie mee te vergaren en daarmee iets te doen. Zij ziet in ict het middel bij uitstek om maatschappelijke problemen op te lossen; in de zorg, het onderwijs, de energiesector, enzovoorts. De internationale conferentie WCIT en het ict-beleid draaien daar om, voegt ze nog toe.

Waar komt die verkeerde focus uit voort? Daar is Van der Hoeven kort over: dat is de schuld van de techneuten, de ict-leveranciers. Die zijn gericht op de technologie, de apparaten, de dingen. Terwijl dat slechts de middelen zijn, argumenteert de EZ-minister. Net als boeken geen kennis zijn, zegt ze met een verwijzing naar een anekdote uit haar onderwijstijd, over de ophef rond gratis schoolboeken. "Alleen informatie van internet of uit een boek halen, is 'dom leren'. Het gaat erom hoe je met die informatie omgaat, hoe je het op waarde schat, er doorheen kijkt, en de informatie kunt gebruiken."

"We moeten ict niet verengen tot alleen de techniek." Zij is ook bekend met het klassieke, mislukte kabelexperiment in Zuid-Limburg; een ooit aangelegd breedbandnetwerk dat uiteindelijk ongebruikt is blijven liggen. "Soms moet je bestaande infrastructuur gebruiken, en dan tegen grenzen aanlopen. Zie nu de kabelaars, die worden aangejaagd door glasvezel."

Wel moeten we oppassen dat onze voorsprong niet remmend wordt. "Zie hoe we scoren met breedband." Sommige politieke partijen willen nu bijvoorbeeld vaste internettoegang voor iedereen ter beschikking stellen. "Dat is over een paar jaar achterhaald. Kijk naar de ontwikkeling van mobiel internet", bekritiseert Van der Hoeven dergelijke plannen. "Hoe zoiets zich ontwikkelt, is aan de markt."

Nederland staat er wat dat betreft wel goed voor, vindt zij. "Doe en ontwikkel waar je goed in bent. Dat is in Nederland bijvoorbeeld de creatieve sector, embedded systems en internetknooppunt AMS-IX." De overheid kan daarbij wel helpen, maar het uiteindelijk niet bepalen, zegt de EZ-minister. "Dat kan ik niet sturen, daar geloof ik geen fluit van."

Investeren in onderzoek en onderwijs

Zij gelooft dan ook vooral in het stimuleren van de basis van ict, namelijk research en development (R&D); de universiteiten, de onderzoeksinstituten en de onderwijsinstellingen. "Steek dáár geld in, aan het begin van het traject. Daar zijn de risico's ook het grootst." En daar voorziet de commerciële markt dus niet altijd in. Uiteindelijk komt uit die basis wel de kenniseconomie en de markt voort, betoogt de minister. Het Nederlandse ict-beleid en goede vestigingsklimaat zijn dus op die basis gericht.

Speelt dan niet het probleem parten van de kloof tussen universiteiten en het bedrijfsleven? "Ja, dat klopt wel. Maar daar is door het open innovatiebeleid en bijvoorbeeld campussen echt een omslag zichtbaar." De aansluiting tussen onderwijs en de markt moet wel een samenwerking zijn, maant Van der Hoeven. "Bedrijven moeten aanhaken, niet alleen maar kennis en innovatie komen halen." Zij stelt dat Nederland het ook op dit gebied best goed doet. "Japan kijkt nu hoe wij dit doen."

Er valt nog wel veel te leren voor ons land, ook voor individuele Nederlanders. Van der Hoeven zegt dat veel mensen nog met nieuwe media moeten leren omgaan. "Bijvoorbeeld met de digitale schaduw die je achterlaat. En door te zorgen dat je de juiste digivaardigheden hebt." Zij prijst het eigen ministerie aan dat burgers hiermee helpt.

'Doen, niet wachten'

Het belangrijkste is om ict echt te gebruiken, in te zetten. "Je moet doen, niet wachten. Wachten is wat de sceptici zeggen. Dat is een verkeerde mindset. Laat anderen gaan, hou ze niet tegen." Van der Hoeven kopt meteen in dat dat dus ook wetgeving betreft. Die moet volgens haar herzien worden en om te beginnen al technologie-onafhankelijk zijn. "Je moet dingen alleen verbieden op morele gronden, niet om vooruitgang tegen te gaan."

Update: WCIT is tweejaarlijks, het wordt dus niet om de vier jaar gehouden.