Met het project wilden de wetenschappers van het Amerikaanse National Center for Supercomputing Applications ( NCSA) kijken hoe ze zo goedkoop mogelijk een supercomputer in elkaar konden zetten, zo schrijft BBC News. Het cluster Sony-spelcomputers kwam uiteindelijk uit op zo'n 50.000 dollar. Dat is voor een supercomputer vrij voordelig. Gemeten naar prestaties behoort het stapeltje ps2's bepaald niet tot de top. Met maximaal 500 miljard berekeningen per seconde is het cluster formeel wel een supercomputer, maar zit daarbij niet bij de top-500. Ter vergelijking: de X1 van supercomputermaker Cray is in staat om 52.000 miljard floating-point operations per seconde (52 teraflops) uit te voeren, de eenheid die doorgaans wordt gebruikt bij supercomputers. De wetenschappers gebruikten bij hun project een versie van Linux, die Sony voor zijn spelcomputer beschikbaar heeft gesteld. Verder benutten ze de kracht van de grafische co-processor die in de console zit. Grootste beperking is het relatief kleine interne geheugen van 32 Mb.