Hoewel de VEB op 3 mei van het gerechtshof in Amsterdam op de meeste punten gelijk kreeg, tekent de vereniging toch beroep aan tegen deze uitspraak. De vorderingen van de duizenden beleggers die zich bij de Stichting WOL hebben aangemeld, werden niet geldig verklaard omdat de namen van de individuele aandeelhouders niet bekend waren.

Volgens de VEB zijn de namen van de individuele aandeelhouders, die zich bij de Stichting WOL hebben aangesloten, niet relevant omdat er nog geen schadevergoeding is ingesteld. Pas als er een vordering aan de orde is, wordt het eventueel van belang wie de aandeelhouders zijn, aldus de VEB.

Het gerechtshof oordeelde begin mei dat World Online (WOL), ABN Amro en Goldman Sachs die de beursgang van World Online op 17 maart 2000 hebben begeleid, beleggers hebben misleid, die zich destijds hebben ingeschreven op de beursprijs van 43 euro per aandeel en die op uiterlijk 3 april 2000 aandelen WOL hebben gekocht.

Verder was Nina Brink tijdens de beursgang op 17 maart 2000 onduidelijk over haar aandelenbezit in World Online en was het prospectus dat voor de beursintroductie werd uitgegeven op vier punten onjuist of onvolledig, aldus het gerechtshof eerder dit jaar.

Volgens de VEB verloren bij de beursintroductie circa 150.000 beleggers ongeveer drie miljard euro. Om een deel van de schade terug te krijgen, spande de VEB en de Stichting WOL in 2001 een rechtszaak aan tegen World Online, ABN Amro en Goldman Sachs.

De VEB verzoekt de Hoge Raad de cassatie met spoed te behandelen omdat de beursgang nu al zeven jaar geleden is en omdat het aantal gedupeerde beleggers groot is.