De NSA heeft daarbij gebruikgemaakt van gegevens die zijn verstrekt door grote telecombedrijven als AT&T, Verizon en BellSouth. Dat meldt de krant USA Today op basis van anonieme bronnen.

De NSA is kort na 11 september 2001 in het geheim begonnen met het verzamelen van de gegevens van de drie grootste Amerikaanse telefoniebedrijven. De veiligheidsdienst weet daardoor precies naar wie de klanten van deze bedrijven bellen.

Het doel van de NSA is om een database te maken van elk telefoontje ooit, verklaart één van de betrokkenen tegenover USA Today. De organisatie gebruikt de verzamelde data om telefoonpatronen te analyseren. Deze informatie is bedoeld om terroristische activiteiten te kunnen opsporen.

Het Witte Huis en de NSA willen niets vertellen over het verzamelen van gegevens over miljarden telefoongesprekken. Wel benadrukt een NSA-woordvoerder dat de organisatie zich aan de wet houdt.

Van de grote Amerikaanse telecombedrijven heeft naar verluidt alleen Qwest (14 miljoen klanten) medewerking aan het programma geweigerd.

Afluisterprogramma

De omvang van dit programma is een stuk groter dan de Amerikaanse regering tot nu toe heeft bekendgemaakt. Eind vorig jaar moest de regering-Bush na onthullingen van The New York Times toegeven dat de overheid internationale telefoongesprekken en e-mails van Amerikaanse burgers afluistert en monitort.

Bush verklaarde na het bekend worden van het afluisterprogramma dat de NSA zich alleen bezighield met internationale gesprekken. De informatie van AT&T, Verizon en BellSouth betreft echter voornamelijk binnenlandse telefoontjes.

Destijds vonden critici al dat de NSA en Bush daarmee hun boekje te buiten waren gegaan: het afluisteren gebeurde zonder dat daar rechterlijke toestemming voor was gegeven.

Eind jaren zeventig is in de VS wetgeving aangenomen, waardoor het afluisteren van Amerikaanse burgers aan strenge regels is gebonden. Volgens een uit 1934 stammende wet mogen telefoonmaatschappijen geen informatie verstrekken over het belgedrag van hun klanten.