De klacht komt van P.F. Thomése, een door mij zeer gewaardeerd schrijver. Hij publiceerde in de opiniebijlage van NRC Handelsblad. Het stuk staat niet online. Schrik niet, dit wordt geen intellectueel verhaal, maar gaat over 'mongeaulen' en slimmeriken zoals u.

Thomése mag tweederde van zijn stuk benutten om te verwijzen naar het verhaal 'Erostratus' in Le Mur van Jean-Paul Sartre, een boek dat ook voor mij een huiveringwekkende levensles was tijdens m'n adolescentie. En ja, pijn kwam en ging, op en af.

Thomése bleef het verhaal altijd bij, schrijft hij. De hoofdpersoon knalt op straat personen neer onder een gevoel van virtuele afstand tot de slachtoffers en Thomése heeft ook die aandrang.

De bron van het verhaal van Sartre is Herostratus. Die stak 2.400 jaar geleden een Griekse tempel, één van de zeven wereldwonderen, in brand om eeuwige roem te vergaren. Dat lukte. Het Syndroom van Herostratos is ernaar vernoemd: mensen die een misdaad plegen om roem te vergaren. We kennen het voorbeeld van Mark C. die John Lennon ombracht.

De afstand is de kern van de communicatiecrisis: niemand is betrokken en iedereen roept maar in één agressieve vorm, tegenspraak bij voorbaat moordend. "De onmacht die transformeert tot almacht".

We uiten ons, vindt Thomése, steeds meer om een ander de mond te snoeren."De door Sartre beschreven killersblik van bovenaf doet ook denken aan de blik van de hedendaagse multimediale burger, die, aan alle kanten ingeplugd, van onafzienbare afstand de gebeurtenissen in de wereld op de voet volgt. Zappend, surfend, alles en iedereen met één klik verwijderend uit zijn bewustzijn, waar hij heerst en anderen niet echt bestaan."

En: "De killing fields van de moderne communicatie. Net als de dictator is de terrorist uit op vernietiging van zijn publiek. Als ze hem niet wensen toe te juichen, dan moeten ze maar vernietigd worden. Als hij niet bestaat voor ze, dan moeten ze gestraft worden. Dan zullen we eens zien wie er wel en wie er niet bestaat. Een antwoord wordt niet meer verwacht. ‘Die punt zetten wij wel zelf."

Op de eerste plaats: waarom moet een schrijver zo nodig zijn ei kwijt moet in een krantje in plaats van in een literair werk is van eenzelfde orde als Jan Modaal die een mening kwijt moet in een forum: geldingsdrang en wellicht onmacht om een zinnige, beklijvende vorm te scheppen.

Verder is het teruggrijpen op Sartre geforceerd, zeker als we terug gaan naar de Griekse bron. Immers, de ingeplugde reaguurder heeft niet de wens gekend of beroemd te worden. Hij is veelal anoniem. De enige malloot die ooit met naam en toenaanm op GeenStijl reageerde was ondergetekende, Want ik heb de pest aan anonimiteit.

Twitteren doen we, veelal, wel op naam, maar is van een andere orde: er komt geen agressiviteit aan te pas, geen enkele wens om een ander om te leggen. Twitter is voor 99 procent van nul betekenis en de rest is juist vaak bedoeld om een ander te helpen, met een link, tip of antwoord op de vraag.

Thomése citeert uit een kletsshow op tv. Die zijn inderdaad tenenkrommend, maar je hoeft de Pouws en Wittemannen en DWDD's toch niet te kijken? Je mist er niets aan hun infotainment. Ja, jammer dat er meer waarde aan wordt gehecht dan aan een Kamerdebat, waar overigens meer oneliners vanuit een 'killing instinct' worden geroepen dan op Twitter.

We kennen Thomése's kritiek vooral van Andrew Keen: te veel gebral van laag niveau en te weinig luisteraars. Zelfs mijnheer Castricum van GeenStijl (dat net als Wakker Nederland het omroepbestel binnen mag, om alvast de sympathie van de komende regering te winnen) noemde zijn reaguurders voor '80 procent mongeaulen'.

Het heeft ook goede kanten, te weten die 20 of misschien 10 of 5 procent. Natuurlijk, je moet een brede rug hebben om een domme opmerking te kunnen negeren. Maar kritiek kan mensen ook wijzer maken. De virtuele Karst Tates'en zijn in de minderheid.

Je moet weten te selecteren. En dat wordt wel aldoor moeilijker, lijkt het. Op persoonsnaam is altijd nog het meest effectief, hoewel ook gewaardeerde Twitteraars het vaak niet kunnen laten om hun theewater uit te sproeien.

Ik zou het, om te beginnen, fijn vinden, als anonimiteit wordt opgeheven. Want laat juist iedereen maar proberen om zich aan de vergetelheid van de amorfe massa te ontrekken. Als het even kan zonder fikkie te steken, maar met originele uitingen, en graag onder eigen naam.

Ben je zo moedig?