Dat stelt de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) na onderzoek. Aanleiding voor het onderzoek was een aantal berichten over ontploffende mobiele telefoons. In augustus 2003 ontplofte een mobieltje in het gezicht van een 33-jarige vrouw in de Amsterdamse Kalverstraat. Later ontploften ook de mobieltjes van een supermarktmedewerker in Hengelo en van een 11-jarig meisje uit Amsterdam. Ook in het buitenland vonden diverse ontploffingen plaats. Uit het onderzoek van de VWA blijkt nu dat de ontploffingen zich kunnen voordoen bij kloonbatterijen en bij batterijen waarvan is vastgesteld dat het om vervalsingen van oorspronkelijke merkbatterijen gaat. Bij batterijen zonder kloon- of vervalsingskenmerken werden geen tekortkomingen vastgesteld, volgens de VWA. Probleem is echter dat het bijna onmogelijk is om te zien of in een mobiele telefoon een meegeleverde of vervalste batterij zit. "Zelfs voor deskundigen is dit lastig", stelt de VWA. De Belgische consumentenorganisatie Test-Aankoop ondervond dat vorig jaar aan den lijve, toen bleek dat de organisatie bij een onderzoek naar Nokia-batterijen vervalsingen had getest. Meegeleverde batterijen kunnen 'in de distributieketen' eenvoudig worden verwisseld voor merkvervalsingen, stelt de VWA. De voormalige Keuringsdienst van Waren dringt er daarom bij fabrikanten van mobiele telefoons op aan de distributieketen zo in te richten dat de verwisseling van meegeleverde batterijen door merkvervalsingen wordt bemoeilijkt.