Google is niet evil, wil dat bewust niet zijn en doet dus geen dingen die evil te noemen zijn, stelt het bedrijf zelf. Dus kiest het voor openheid; van indexeren, van informatie, van open source, enzovoorts. Het hoofddoel van Google is alle informatie van de wereld te ontsluiten, beschikbaar te stellen voor alle gebruikers wereldwijd. Bij de uitvoering van dat op zich nobele en ook educatieve doel komen er echter wat scheurtjes in het niet-evil gezicht van Google.

'Privacy is voor stiekemerds'

Ok, dat is niet letterlijk wat Google-ceo Eric Schmidt zei in een tv-interview. Maar het komt er wel op neer. "Als je iets hebt waarvan je niet wilt dat iemand dat te weten komt, moet je het misschien maar niet doen", zegt de topman tegen tv-zender CNBC. Dus de aloude drogreden 'Als je niets te verbergen hebt…'.

Datzelfde 'argument' wordt ook gebruikt in de strijd tegen terrorisme, om vergaande informatievergaring te rechtvaardigen. Oh, en Schmidt noemt dat ook zelfs. "Het is belangrijk te weten dat we in de Verenigde Staten allemaal vallen onder de Patriot Act. Dus het is mogelijk dat al die informatie beschikbaar wordt gesteld aan de autoriteiten."

Schmidt schetst de realiteit anno 2009 dat zoekmachines, inclusief Google, heel veel informatie over gebruikers opslaan, en die data enige tijd bewaren. Dat betreft dus niet slechts de zogeheten verkeersgegevens waarvan sprake is bij de omstreden bewaarplicht, waarover in Nederland al veel ophef is geweest.

Schmidts uitspraken zijn niet alleen schokkend, maar ook ironisch. Je zou denken: hij is Amerikaan en daar denken ze nu eenmaal anders over privacy. Nee hoor. De Amerikaanse ict-nieuwssite CNET heeft vier jaar terug een jaar lang op de zwarte lijst van Google's pr gestaan. Waarom? Omdat de site het had gewaagd een artikel over Schmidt te schrijven, met persoonlijke informatie over hem. Informatie die de verslaggevers bij elkaar hadden gegoogeld. Jawel. En het artikel ging natuurlijk over de bedreiging van online-privacy.

FUD

Minder erg dan het doodverklaren van privacy, maar toch echt een evil actie: anderhalf jaar voordat je product op de markt komt het al aankondigen. Daarbij dan ook vermelden dat het over een jaar al gelanceerd wordt, maar dan dus nog niet verkrijgbaar is. Om vervolgens een half jaartje na die eerste aankondiging nog eens een preview te geven van de alpha-versie. Toevallig net rond de tijd dat een concurrent van je zijn nieuwe versie op de markt brengt.

Klinkt als Microsoft? Nee hoor, het is Google. En het gaat om Chrome OS dus. Een besturingssysteem dat dus niet een rechtstreekse concurrent is voor Windows en niet draait op alle pc-types, zoals sommige algemene media ten onrechte berichten. Maar het overlapt wel. En het snoept wat aandacht af, van de media en de consument. Of dat erg is, is een kwestie van voorkeur. Als bijvoorbeeld Microsoft zoiets doet, levert dat vaak kritiek op. Als bijvoorbeeld Apple zoiets doet, wordt het vaak als slim en innovatief gezien.

Arrogantie

Één van de zeven hoofdzondes is hoogmoed, ijdelheid. Laat dat nou precies van toepassing zijn op de mededeling van Google dat het sommige waardevolle ontwikkelaars juist niet aanneemt. Het is namelijk beter voor de internetindustrie om niet teveel talent op één plek te concentreren. Er moeten ook wijze mensen bij andere bedrijven zitten, zei vice-president Bradley Horowitz, verantwoordelijk voor product management bij Google.

Ok, hij haalde op de Supernova-conferentie begin deze maand een conversatie aan die hij had met één van de Google-ingenieurs. Horowitz noemde daarbij zelf enkele 'clueful' mensen in de ict-industrie en stelde voor die in dienst te nemen. De ingenieur reageerde dat dat geen goed idee was.

"Hij zei dat het juist belangrijk is om die mensen buiten Google te hebben. Het is beter voor het ecosysteem om een eerlijke industrie te hebben, in plaats van al dat talent te vergaren bij Google." Dus dit komt vanuit een goede intentie; het streven naar openheid, het niet evil willen zijn. Maar we kennen het spreekwoord: de wereld gaat ten onder aan goede bedoelingen. De uitwerking is namelijk lang niet altijd goed.

Definitie 'downtime'

Het is een oude Google-kwestie, maar het blijkt nog steeds te gelden. De aanbieder van SaaS (Software as a Service) telt downtime en maandelijkse uptime op een dusdanige manier dat Apps of Gmail best bijna een dag lang plat mogen liggen, zonder dat daarbij dus de SLA (service level agreement) wordt geschonden. Pingdom constateerde dit eind vorig jaar al, maar een blik op de SLA voor Google Apps wijst uit dat de omstreden passages er nog gewoon in staan.

Waar komt het op neer? Ten eerste dat er pas sprake is van downtime als meer dan 5 procent van de gebruikers (van een domein) last heeft van fouten. De downtime wordt gemeten aan de serverside. Ten tweede dat een downtime periode pas als zodanig wordt geteld als het 10 opeenvolgende minuten betreft. Tig keer 9 minuten is dus géén downtime.

En ten slotte dat de SLA per maand geldt en dat het maandelijkse uptime percentage wordt berekend op basis van het aantal minuten in een kalendermaand min de minuten van de downtime periodes. Dus de optelsom van de blokken van 10 minuten. Nogmaals: tig keer 9 minuten plat liggen is géén downtime. Natuurlijk, de SLA's van nagenoeg alle commerciële bedrijven - en mogelijk ook van nonprofit organisaties - bevatten dergelijke definities, omzeilingen en kleine lettertjes. Maar die bedrijven beroepen zich er niet op 'niet evil' te zijn.

Invloed op ads-markt

Bieden voor je eigen naam, merk, positie, vindbaarheid op internet. Daar is toch niets mis mee? Klinkt als een gezond commercieel model. Maar het is bieden en betalen zodat de posities zijn zoals ze zouden zijn als er niet was geboden. Dat stelt de Amerikaanse professor Eric Clemons, docent bij de business-opleiding Wharton School aan de Universiteit van Pennsylvania. Hij legt uit dat een antitrustonderzoek naar Google niet alleen niet gek is, maar zelfs waarschijnlijk.

Het gaat dan niet om bijvoorbeeld de relatie met Apple, maar om Google zelf. Het internetbedrijf heeft namelijk een overweldigend overwicht op de zoekmarkt en daarmee weer op de advertentiemarkt. Op zichzelf is Google niet groot op laatstgenoemde markt, maar het bepaalt die wel, betoogt Clemons.

"Het gaat niet om marktaandeel, maar om relevant marktaandeel." Net zoals Microsoft eind jaren negentig an sich niet groot was in de totale softwaremarkt, maar die wel beheerste middels het monopolie op de besturingssysteemmarkt.

Search is tegenwoordig net zo essentieel, een nutsmiddel dus. Het web is onmisbaar voor consumenten en search is onmisbaar voor het web. Bieden op ads, bij Google, is dus essentieel. Niet vindbaar zijn, is in wezen niet bestaan, stelt professor Clemons. Hij betoogt dit al enige tijd, maar heeft het ook luid en duidelijk uitgelegd op de recente Supernova-conferentie. Het veilingsysteem waar Google goed aan verdient, schept kunstmatig kosten voor de adverteerders, en daarmee uiteindelijk weer voor de consumenten.