Eigenlijk is Microsoft de enige overlevende van de eerste browseroorlog. Die heeft het gevoerd met het ten onder gegane Netscape. Daaruit is als een fenix uit de as uiteindelijk wel de open source-browser Firefox voortgekomen. De tweede ronde is door Firefox-maker Mozilla met verve gevoerd, waar bij de eindslag plots ook Apple en Google zich in de strijd stortten.

Pochen met bèta's (en alpha's)

Microsoft staat momenteel flink op achterstand in de browseroorlog. Daarom ook dat het flink vooruitverwijst naar al het prachtigs dat versie 9 van Internet Explorer gaat brengen. De maker van 's werelds meestgebruikte webbrowser, want ingebakken in Windows, gaat hierbij nog een stapje verder dan gebruikelijk.

De alpha-versie van IE9 is al breed in de aandacht gebracht en de nu net verschenen eerste bèta is groots (en meeslepend) gepresenteerd. Alsof het een echte release betreft. Zelfs de pr van Microsoft was even in de war; versprak zich bij het nabellen voor de uitnodiging over "de persconferentie voor de IE9-lancering".

Terwijl het nog niet eens bekend is wanneer Microsoft versie 9 denkt af te hebben. En dan eerst uitbrengt als losse download, om het later automatisch te distribueren via Windows Update. Ondertussen pocht Google met een versnelling van zijn ontwikkeltempo voor Chrome: elke zes weken een nieuwe versie.

Ja, zo kan Chrome 10 inderdaad uitkomen vóór IE9 en daarmee 'verder' of 'nieuwer' lijken. Een bekende truc (Microsoft Excel ging van 2.0 naar 7.0 om 'gleich te schalten' met Word), ook in de browseroorlog (Netscape ging van 4 naar 6 om gelijk op te gaan met IE, en natuurlijk om de enorme sprong voorwaarts van de nieuwe versie te marketen).

En het zijn niet alleen de grootmachten, met uitzondering dan van Apple dat altijd de lippen stijf op elkaar houdt over nog niet uitgebrachte producten. Firefox-maker Mozilla loopt ook al ruim een half jaar vooruit op de feiten. Versie 4 wordt beter, sneller, privacyvriendelijker, gebruiksvriendelijk, enzovoorts. Net als de aankomende nieuwe versies van alle andere browsers.

Eigen (open) standaarden eerst

Open standaarden, zoals html5, hebben de toekomst. Daar lijken de browsermakers het wel over eens. En elk ondersteunt met de eigen browser standaarden het beste, claimt elke producent an sich. Zoals html5. En ze hebben de benchmarkresultaten om het te bewijzen. Allen, ieder voor zichzelf. Microsoft als eerste, maar gelijk gevolgd door Apple en Google.

Alleen lijkt elke leverancier een eigen definitie te hanteren van welke standaarden zoal belangrijk zijn om te kunnen roepen dat die worden ondersteund. Zo mist IE9 nog altijd goede support voor oude webstandaarden als css (cascading style sheets) en nieuwe als WebGL. Daarnaast maakt elke browserbouwer binnen bijvoorbeeld html5 een eigen selectie van features om te kunnen claimen dat de eigen support voor deze standaard het beste is.

Net zoals in de eerste weboorlog Microsoft en Netscape zich beiden schuldig hebben gemaakt aan het introduceren van eigen features om die daarna in webstandaarden verwerkt te krijgen. Of was dat nou slechts vooruitlopen op functies die toch heus wel geïmplementeerd worden in de specificatie? Immers, iedereen gebruikt feature x inmiddels al. Critici stellen dat dit het oude 'embrace, extend'-gedrag van Microsoft is, waar een subfeature van de IE9 bèta die criticasters nu gelijk lijkt te geven.

Pronken met en dissen van benchmarks

Voortkomend uit bovenstaande is de piswedstrijd van de benchmarks. Welke browser is het snelste, met wat? Daar zijn benchmarktests voor uitgevonden; om objectief voor eens en voor altijd te bepalen wie de beste is. Behalve dan het feitje dat er allemaal verschillende benchmarks zijn én verschillende manieren om die te draaien en de resultaten te interpreteren. Net zoals het bekende ict-spreekwoord: 'Het mooie van standaarden, is dat je er altijd meerdere van hebt'.

Dus benchmarken de browsermakers zich wild. En verklaren ze sommige benchmarks te kunstmatig; het gaat om de gebruikerservaring en diens perceptie. Dus bijvoorbeeld om de laadsnelheid van webpagina's op basis van 'visuele aanwijzingen' voor de websurfer. Om daarna nog met een 'feitencampagne', gestoeld op breed geformuleerde categorieën, opnieuw de concurrentie voorbij te streven, naar eigen zeggen.

Afkomstig van de partij die het aflegt in de technische benchmarks voor bijvoorbeeld JavaScript. Totdat diezelfde partij een pre-bèta van zijn volgende browserversie af heeft en daarmee goed scoort in JavaScript-tests. Oh, en security is ook een feature, om mee te pronken, ongeacht beveiligingsgaten en misbruik.

Genant is het ook als een van de andere strijders zegt dat huidige benchmarks niet voldoen, om dan een nieuwe tool uit te brengen en in die test hard te verliezen. Firefox legt het in Mozilla's eigen JavaScript-benchmark Kraken af tegen Chrome, Safari en het kleine Opera. Maar met Firefox 4 komt het helemaal goed, bezweert Mozilla vooruitpochend.

Browserreclames

Waar de gemiddelde consument niet eens wéét wat een browser is, laat staan html5 en gpu-acceleratie, pakken de browsermaker groots uit met reclames. In het geval van Chrome met bijvoorbeeld een gevelbrede reclame op een momumentaal pand recht tegenover Amsterdam Centraal. En met billboards langs drukke, tijdens de spits vastzittende, snelwegen. En met abri's in bushokjes door het hele land. En door de voorpagina's te kopen van gratis kranten voor ov-reizigers.

Dat lijkt typisch iets voor de kleine David die het als nieuwkomer wil opnemen tegen Goliath. Maar Microsoft loopt ondanks het nog altijd grote marktaandeel achter wat techniek, gemak en features betreft. En dat weet het. Dus voert het ook campagnes. In het geval van IE8 onder meer met tv-spotjes op prime time. Deels in reactie op het door de EC opgelegde browserkeuzescherm.

En in het geval van de IE9 wordt er nu ook alvast campagne gevoerd. Ja, dat is voor de bèta; de instabiele proefversie waarin nog bugs gedicht moeten worden. Die wordt aangeprezen in banners op diverse websites. Ook in Nederland. Kennelijk is de bèta al erg goed? Of er is Microsoft erg veel aan gelegen om de derde browseroorlog met groot geschut aan te gaan.

OS-integratie

Want de inzet is hoog, heel hoog. Net als in de eerste browseroorlog gaat het om grip op de toekomst. Wat Netscape visionair al voorspelde, ver voor alomtegenwoordig en betaalbaar breedband: de browser is het platform. Waar Microsoft sluw op heeft gereageerd door dat platform van de toekomst vast te klinken aan het platform van het (toenmalige) heden (Windows 95). Waar nog vele, langlopende rechtszaken over zijn gevoerd, maar wat wel blijvend is.

Nu is er wederom een herhaling van zetten, met als nieuwe 'twist' Google. Die integreert ook, maar dan andersom. De maker van Chrome voegt een besturingssysteem toe aan zijn browser en maakt daarmee Chrome OS. Dat nog altijd moet uitkomen, later dit jaar. En waarover Google al anderhalf jaar vantevoren over opsteekt.

Vergis je niet, het gaat om de macht over de client, de toegangspoort tot applicaties, diensten en ads - en dus inkomsten. Waar onderzoeksbureaus als IDC en Gartner allang het marktaandeel niet meer meten van pakketten die concurreren met Microsoft Office, is het aandeel (en nut) van offline computers ook te verwaarlozen. Ironisch dat marktaandeel voor Office-concurrentie misschien wel weer gemeten moet worden door online-concurrentie, zoals Google Apps en Microsofts eigen Office Web Apps. SaaS-opties (software as a service) die de eindgebruiker gebruikt via … de browser.