De afgelopen weken is er veel te doen geweest over de toekomst van breedband in Nederland. Staatssecretaris Heemskerk heeft een Task Force opgericht, die hem eind van deze maand gaat adviseren over de rol van de overheid. NLkabel heeft een feitenonderzoek laten doen door Deloitte, dat op 4 februari is aangeboden aan de Task Force. Het Ftth-platform ziet hier “onbetrouwbare en onjuiste informatie” in staan. Nogal heftig allemaal, ook als je de reacties op Webwereld ziet. Daaruit blijkt blijkt dat er nog altijd wat misverstanden leven. Ik wil er vijf benoemen.

1. NLkabel vertegenwoordigt een commercieel belang en het FttH-platform niet

Jazeker, NLkabel vertegenwoordigt, zoals zo veel brancheverenigingen, de belangen van de aangesloten leden. Maar kijk naar de lijst van deelnemers aan het FttH-platform: allemaal bedrijven die hun geld verdienen met (de aanleg van) glasvezel. Het FttH-platform “richt zich op juridische, politieke en communicatieve activiteiten, die de aanleg en het gebruik van glasvezel in Nederland stimuleren en mogelijke knelpunten wegneemt”.

Het FttH-platform vertegenwoordigt dus net als NLkabel een commercieel belang. Niks mis mee, trouwens.

2. De kabelsector is tégen glasvezel

Onzin. Wij zijn dol op die techniek, want ons netwerk bestaat voor het allergrootste deel al uit glasvezel. We zijn ook principieel vóór concurrentie tussen infrastructuren. We waren in ons land nooit zo breedbandig geweest als we de bestaande concurrentie niet hadden gehad. Het enige waar we wél tegen zijn, is dat de overheid zich financieel gaat bemoeien met de markt door onze concurrenten te steunen.

3. Kabelnetwerken zijn aan het eind van hun latijn

Laten we even een paar jaar terug kijken. Vanuit de glasvezellobby werden bestuurders bestookt met een doemscenario: in 2010 zouden consumenten 10 Mbps moeten kunnen krijgen om (als land) mee te blijven doen in de vaart der volkeren. De enige manier om dat voor elkaar te krijgen: leg glasvezel aan naar iedere woning!

Inmiddels biedt de kabelsector snelheden tot 120 Mbps en het eind is niet in zicht. Maar nog steeds roept de glasvezellobby: nu moet de overheid financieel helpen aanleggen, anders gaan we achter lopen. Je zou zeggen dat de ervaring van de afgelopen jaren de infra-doemdenkers tot wat meer bescheidenheid zou nopen. Maar daar zie ik niet veel van.

4. Het rapport van Deloitte vertelt onwaarheden

Dit lijkt een wanhoopsverwijt. Er zijn misschien wat kleine puntjes die aanpassing behoeven, maar de kern van het rapport blijft fier overeind. En die ondersteunt de werkelijkheid, zoals beschreven onder Misverstand nummer 3. Dat hebben we in een brief aan de Task Force geschreven op 23 februari.

5. Kabel is door de overheid aangelegd, dus mag nu de overheid weer wat aanleggen

De kabel is deels door de overheid aangelegd. Reden: het was private bedrijven verboden om zonder licentie een netwerk voor televisie aan te leggen (want dat was het enige dat er destijds met de netwerken kon worden gedaan). Maar de netwerken zijn ook verkócht aan de leden van NLkabel, tegen (zeer) behoorlijke prijzen. Er waren twee redenen voor de verkoop: de centen zelf, en het gegeven dat de techniek zo snel ging en veel investeringen vergde, dat overheden dat niet langer konden opbrengen. Die investeringen zijn vervolgens door de kabelbedrijven gedaan. Dat is maar goed ook, want anders hadden we nog steeds met ouderwetse netwerken in onze maag gezeten (met slechts 15 analoge tv-kanalen). Nu kan er via de kabel: supersnel internet, bijna tweehonderd digitale tv-zenders (waarvan een toenemend aantal in HD), interactieve televisie, video-op-aanvraag, bellen, skypen, noem maar op. Dat is toch vooruitgang, geheel en al zonder belastinggeld voor elkaar gekregen?

Rob van Esch is directeur van NLkabel, de Vereniging van Kabelbedrijven.