Downloadsnelheid is een gegeven

Het verkopen van een internetdienst louter op grond van een megabit per seconde snelheid is volstrekt irreëel. Nog afgezien van het feit dat het gros van de consumenten nog steeds geen benul heeft wat hij koopt, krijgt hij de gekochte snelheid verre van permanent beschikbaar.

Wat je ook moet weten is de gemiddelde snelheid die je ongeveer kunt bereiken en hoe die varieert op verschillende tijdstippen. De Britse Opta publiceerde een vergelijking tussen geadverteerde en werkelijke snelheden: Van de 8mb/s aanbiedingen haalde maar 9 procent een gemiddelde van 6mb/s en 20 procent bleef gemiddeld beneden de 2mb/s in de praktijk.

Tenminste zou iets als Speedtest.nl door Consumentenbond en Opta omarmd moeten worden als basis voor een vorm van transparantie. Maar: het is ook prettig als bepaalde diensten het goed doen, ook al rept niemand erover: een download mag even wachten, een vertraging en datagestotter in telefonie of video is veel vervelender.

Netneutraliteit is überhaupt mogelijk

Om met Ben Verwaayen te spreken, toen hij BT nog leidde in Engeland: "Netwerkneutraliteit is complete nonsense. In geen enkele markt is het zo dat de klant die meer betaalt gelijke diensten krijgt als de klant die minder wenst te betalen. Neemt een onderneming bij ons 'managed IP' diensten af voor tienduizenden euro's dan krijgt zijn verkeer uiteraard voorrang boven dat van de consument die een film wil downloaden en daarvoor een paar tientjes betaalt."

Het uitstekende rapport van Dialogic over netneutraliteit benadrukt, zo kan onderzoeker Rudi Bekkers (ook TU Eindhoven) haarfijn uitleggen, dat het regelen, beperken, en blokkeren alledaagse werkelijkheid is, noodzakelijk om het verkeer van de 25.000 aangesloten netwerken op internet in veilige banen (denk aan spam, kinderporno) te leiden.

De grote vraag is: wanneer wordt het kwaadaardig, dus wordt de concurrent in de wielen gereden of de consument afgeknepen omwille van maximalisering van opbrengsten of bescherming van andere belangen - met gebruik van kwaadaardige middelen als deep packet inspection?

Voorstanders zijn nobel

Voorstanders van netwerkneutraliteit heten de 'goodies' in deze discussie, die de hogere morele standaarden in het vaandel houden. Donderdag trok de lobbyist van Skype die rol handig naar zich toe toen de PvdA'ers Frank Heemskerk en Martijn van Dam, apart van elkaar, de blokkering van Skype op mobiel noemden.

Skype is een miljardenbedrijf dat handig gebruik maakt van de inrichting van internet. Daar is niets filantropisch aan. Evenmin zijn de grootste voorvechters van netneutraliteit in de Verenigde Staten, Google en Microsoft, ondernemingen om medelijden mee te hebben.

Dit is vooral een strijd om de aandeelhouderswaarde van de telecombedrijven als AT&T, UPC en KPN versus de dienstenaanbieders als Google/YouTube en Skype. Neutraliteit is hooguit dat van beide kampen de kosten en opbrengsten een beetje in balans zijn.

Netneutraliteit is win-win

Professor Michel van Eeten van de TU Delft stal donderdag de show qua vorm en inhoud: in voortreffelijk 'Amerikaans' maakte hij korte metten met de opvattingen over de waarden die de pleitbezorgers van netneutraliteit hanteren.

Concurrentie, innovatie, eerlijk speelveld; kwaliteit van dienstverlening, vrije keuze voor de consument. Niemand is er tegen en ze vormen in feite 'clouds of goodness'. De weg van deze waarden naar normen (wet) is er een van voetangels en klemmen die veelal niet tot het gewenste resultaat leidt.

Het debat, leerde Van Eeten ons, gaat om de keuze tussen concurrerende voorwaarden, en er spelen valse claims mee als er gesproken wordt over 'pro-consument' versus pro-zakelijk'. Al heel snel bevind je je in troebel water. Dat blijkt goed uit de vele stukken over netneutraliteit die veelal verzanden. Van hieruit maatregelen invoeren draagt het risico van contraproductieve gevolgen.

Wiens recht?

Geen woord afgelopen donderdag over de adder onder het gras: de kwestie waar het uiteindelijk om zal draaien: de rechten. Om met Joop van den Ende te spreken: het draait allemaal om rechten, rechten en nog eens rechten. Afgelopen week berichtte Webwereld over geheime onderhandelingen: isp's moeten rechten gaan bewaken.

Het dilemma bestaat nu al. Een directeur van een kabelexploitant zei me donderdag: "Vertel me eens, wat zou je doen: als je aan handel in bandbreedte verdiensten hebt met legale video en over diezelfde verbindingen voor uitwisseling van bestanden. We verdienen aan beide geld, maar moet dat in evenwicht zijn?"

Het lijdt geen twijfel dat spelers als UPC uiteindelijk kiezen voor de grote spelers met rechten zoals tv-exploitanten en waar mogelijk minder lucratief up- en downloadverkeer op zijn minst wil laten wachten op verkeer waarmee meer geld wordt verdiend. Een goed recht?

Een KPN-functionaris vroeg in Den Haag: stel dat wij YouTube in een gegarandeerde betere kwaliteit willen aanbieden aan internet- of iptv-abonnees die daarvoor extra willen betalen. Mogen we hen dan zo goed mogelijk bedienen als dat ten koste gaat van videoverkeer waarvoor niet of veel minder wordt betaald?

Dat wat onder 'netneutraliteit' wordt geschaard hangt dus heel nauw samen met de rechtenkwestie. En dus is de vermaledijde netneutraliteit, uit oogpunt van distributievrijheid en optimale creativiteit - of die nu met groot geld wordt beloond door de Sony's of ons 'gratis' toekomt via Facebook - wel degelijk van belang, ondanks alle hier genoemde bezwaren...