Want wie de vakliteratuur erop naslaat, zal vele verschillende termen tegenkomen, wat voor leken soms wat verwarrend kan zijn. “Er zijn oneindig veel vormen van outsourcing”, bevestigt Ronald Israels, principal consultant bij Quint Wellington Redwood. Om die reden geeft hij een kort overzichtje van de verschillende mogelijkheden die bedrijven hebben.

“Het zijn eigenlijk allemaal mixen van verschillende extremen van outsourcing”, zegt Israels. “Je kunt het zien als verschillende gradaties, met aan het ene uiteinde de situatie dat een bedrijf alles zelf doet, en aan het andere uiteinde dat hij alles bij een ander neerlegt.”

Detachering

Detachering is een van de eenvoudigste vormen van uitbesteding, en zit op de 'outsourcing-schaal' zeer dicht bij 'alles zelf doen.' Met detachering wordt bedoeld dat een klant iemand inhuurt, die zijn werk op aanwijzingen van diezelfde klant uitvoert. “Het is de eerste stap die veel bedrijven zetten die bepaalde specialisten niet in dienst hebben of willen nemen”, zegt Israels. “De aansturing van projecten blijft bij de klant liggen, net als het beheer. De opleiding ligt bij de persoon zelf of bij het bedrijf waar hij in dienst is. Het is de meest minimale vorm van outsourcing.”

Out-tasking

Iets verder op de route ligt out-tasking. Daarmee wordt bedoeld dat een specifieke taak wordt overgelaten aan een andere partij. Het verschil met detachering is dat de methode waarmee de leverancier werkt niet door de klant wordt aangestuurd, maar door de aanbiedende partij. Maar echt outsourcing is het ook weer niet, omdat het niet gaat om een heel proces. “Het kan bijvoorbeeld webhosting zijn, of een service desk die aan de hand van een urencontract wordt ingekocht”, zegt Israels. Out-tasking is nuttig voor bedrijven die door bijvoorbeeld snelle groei snel een bepaalde nieuwe dienst willen afnemen, maar er zitten ook risico's aan vast. Zo kun je voor je het weet vastzitten aan heel veel verschillende rekeningen, zo schrijft de Amerikaanse zakelijk blogger Evan Carmichael. Het coördineren van grote projecten wordt met louter out-tasking een drama, aldus de blogger.

Standaard outsourcing

En daarom komen we bij het standaard outsourcen. De termen 'uitbesteding' en 'outsourcing' worden dikwijls uitwisselbaar met elkaar gebruikt, maar wanneer consulenten 'outsourcing' zeggen, bedoelen ze eigenlijk een van de meest verregaande vormen van dienstverlening door een externe partij. “De standaard outsourcing houdt in dat een bepaalde dienst wordt geleverd tegen service-levels”, legt Israels. Belangrijk kenmerk van de standaard outsourcing is de SLA: de Service Level Agreement. Daarin wordt de verantwoordelijkheid van de dienstverlener vastgelegd. Anders dan met out-tasking gaat het niet om een enkele taak, maar om een geheel proces.

“Je kunt die processen weer onderverdelen in verschillende soorten. Zo heb je bijvoorbeeld Business Process Outsourcing, BPO, en Knowledge Process Outsourcing, KPO”, zegt Israels.

Offshoring/Nearshoring

'Offshoring' en 'nearshoring' is niets meer dan het outsourcen naar het buitenland. “Als het gaat om een plek die geografisch en cultureel ver weg ligt, wordt gesproken over offshoring”, zegt Israels, die het bekendste voorbeeld noemt: het callcenter in India. Bij nearshoring gaat het om een plek die dichterbij ligt. “Dan moet je denken aan een Nederlands bedrijf die een dienst bijvoorbeeld uitbesteedt aan een Belgische of Hongaarse leverancier.” De verschillen tussen de twee zijn vooral praktisch. Bij offshoring komt veel kijken, meer nog dan veel managers beseffen. “Je hebt bijvoorbeeld te maken met verschillen in de zakelijke cultuur”, zegt Israels. Maar ook zoiets eenvoudigs als een flink tijdsverschil kan offshoring flink compliceren. Bij nearshoring spelen dat soort factoren een kleinere rol.

Shared service centrum

Als laatste noemt Israels het shared service centrum als vorm, en ook dit komt steeds vaker voor. Het idee is dat bedrijven gezamenlijk een centrum opzetten die de diensten verstrekt aan alle deelnemers: in feite vraagbundeling van verschillende partijen die mogelijk zelfs elkaar concurrent kunnen zijn. “Ik zie deze vorm vooral binnen de overheid en binnen heel grote bedrijven. Je hebt het dan niet meer over outsourcing, en het centrum richt zich niet op het maken van winst”, zegt Israels.

“Maar in de complexiteit van het managen moet je het wel degelijk als een outsourcing-proces benaderen.” Reden daarvoor is volgens Israels dat het opgezette onderdeel zich 'los kan slaan' van het bedrijf. “Het centrum bedient zijn 'klanten' dan niet meer, maar is dan alleen nog maar bezig met zichzelf.”