1. Wat gaan de kabelaars precies doen?

Ziggo en UPC zullen overgaan op de EuroDOCSIS-standaard (3.0), waarmee ze de snelheden van glasvezel denken te overtreffen. Theoretisch zijn zelfs snelheden tot 200 Mbps mogelijk, maar uit praktijktesten van UPC in de Amsterdamse nieuwbouwwijk IJburg blijkt de grens zo rond de 120 Mbps te liggen. Data Over Cable Service Interface Specification (DOCSIS) is een internationale standaard van CableLabs die door de meeste modemfabrikanten wordt ondersteund. DOCSIS 3.0 kwam in december 2006 al gereed, maar moest voor Europese kabelaars worden aangepast als EuroDOCSIS.

UPC en Ziggo gaan de nieuwe standaard overigens niet meteen landelijk uitrollen. Dat gebeurt eerst in gebieden waar concurrentie dreigt van Fiber to the Home (FTTH), met standaardsnelheden van 100 Mbps. Daarnaast zal niet meteen de hoogste snelheid worden geboden, daarvoor moet namelijk worden gewacht op nieuwe hardware die mogelijk pas in 2009 beschikbaar is. En uiteraard moeten klanten voor de snelheidsverhoging betalen. UPC vraagt voor 60 en 120 Mbps respectievelijk 60 en 80 euro per maand.

2. De snelheidsverhogingen zijn dus een reactie op FTTH. Maar dat is nog vrijwel nergens te krijgen?

De ontwikkelingen op dat gebied gaan in Nederland vrij snel, mede dankzij de inzet van Reggefiber, Eurofiber en KPN, die overal glas uitrollen voor zowel het bedrijfsleven als particulieren. In Nederland ligt al een complete backbone voor glasvezel en veel gemeenten sluiten zich nu in hoog tempo aan bij projecten als Riggefiber's Glashart. Bijna dagelijks kondigen gemeenten glasvezelprojecten aan, zoals deze week nog Dronten en Nijmegen. Het is mogelijk om alle Amsterdamse huishoudens voor eind 2013 te voorzien van een aansluiting op het glasvezelnet. Dit jaar zijn er al 45.000 woningen in Amsterdam met een glasvezelaansluiting.

3 Maar wat is nu beter: kabel of glasvezel?

Glasvezel heeft als voordeel dat de communicatie via licht verloopt. Theoretisch kunnen daardoor zelfs terabitsnelheden worden gehaald, zoals Bell Labs acht jaar geleden al eens heeft gedemonstreerd. In de praktijk worden zelfs al gigabitsnelheden aangeboden. Glasvezel is daarmee toekomstvast. De vraag is of via kabelmodems de snelheid nog verder kan worden opgevoerd dan de 200 Mbps die in het lab zijn aangetoond. Glasvezel biedt verder symmetrische snelheden, terwijl dat met EURODOCSIS (voorlopig) niet gaat lukken. Verder moet de kabelgebruiker zijn snelle verbinding nog altijd delen met andere gebruikers, terwijl glasvezelgebruikers de lijn voor zichzelf hebben. In Nederland wordt glasvezel verder in een open structuur aangeboden. Dat wil zeggen dat eindgebruikers niet zijn aangewezen op een internetleverancier via glasvezel, maar dat ze zelf kunnen kiezen. Dat zal de concurrentie ongetwijfeld verder versterken.

4. Is ADSL straks echt passé?

Experts geven ADSL hooguit acht jaar. De huidige DSL technologie in Nederland is namelijk blijven steken bij ADSL2 met een maximale downloadsnelheid van 20 Mbps. Opvolger VDSL biedt snelheden tot 30/40 Mbps, maar dan mag de afstand tot de centrale niet al te hoog zijn. VDSL2 zou de snelheid nog kunnen opkrikken tot 100 Mbps, maar vermoedelijk met dezelfde beperkingen.

5. Maar wat moeten we met die hoge snelheden? Surfen gaat toch snel genoeg?

Het gaat niet om surfen, maar om bijvoorbeeld hoogwaardige videotoepassingen. Wie de Wereld Draait Door wil terugkijken, moet nog altijd genoegen nemen met een klein kadertje. Beeldvullend is zo'n uitzending alleen in lage resolutie te zien. Straks moeten programma's in High Definition te bekijken zijn en daarvoor zijn hoge snelheden vereist. Of de 'early adopters' van snel internet daar meteen iets aan zullen hebben is de vraag. Zij zullen voorlopig nog wel tegen beperkingen aanlopen, omdat veel servers de hogere snelheden niet ondersteunen.