De Mono Tools for Visual Studio maken het mogelijk om .NET-applicaties te ontwikkelen die ook kunnen draaien op Linux, Mac OS X en Unix. Programmeurs kunnen dan hun vertrouwde ontwikkelomgeving blijven gebruiken, verklaart Microsoft-partner Novell. Mono is Novells open source-implementatie van Microsofts .NET-omgeving.

Einde handwerk

Tot op heden was Visual Studio in de praktijk alleen voor Windows, zowel wat betreft het platform waar de ontwikkelsoftware zelf op draait als het platform waarvoor het software kan maken. Vanuit Visual Studio ontwikkelen voor andere platforms is wel mogelijk, maar vereist nog handwerk en ontbeert standaardisatie.

De plugin van Novell brengt daar verandering in, met medewerking van Microsoft. De Mono Tools kosten 99 dollar voor de instapuitvoering, bedoeld voor een individuele developer, 249 dollar voor een ontwikkelaar bij een bedrijf, en 2499 dollar voor de uitvoering met vijf licenties voor enterprise developers. Laatstgenoemde bevat ook gelijk een licentie om de benodigde Mono-omgeving te distribueren op Windows, Linux en Mac OS X.

Microsoft zelf ook

De Windows-producent heeft overigens zelf net een overname op dit gebied gedaan. Het koopt de Teamprise-technologie van het bedrijf SourceGear. Microsoft wil daarmee tools leveren voor cross-platform ontwikkeling met Visual Studio. Teamprise gebruikt het open source-ontwikkelraamwerk Eclipse. De koper verklaart hiermee ook een brug te bouwen naar Java en Java-ontwikkelaars.