De nieuwe versie van VMware Infrastructure heet vSphere 4 en wordt door VMware neergezet als ‘Cloud OS’. Daarmee wil het bedrijf volgens Matt Piercy, directeur voor VMWare in Noordelijk Europe, aangeven dat vSphere de basis is waarmee bedrijven de resources in hun datacentrum zo kunnen inrichten en benutten dat er dezelfde efficiëntie bereikt kan worden die ook van cloud computing wordt verwacht. Daarmee past vSphere in de trend dat bedrijven applicaties niet alleen zelf hosten, maar deze ook van buiten de deur in beheer naar behoeft afnemen.

In de visie van VMware moet vSphere uiteindelijk de mogelijkheid bieden om systeembronnen binnen en buiten het eigen rekencentrum te verenigen zodat de eigen cloud meerdere datacenters maar ook meerdere providers van diensten op het internet kan omvatten.

Virtuele mainframe

Vmware vSphere biedt aanzienlijk ruimere specificaties dan zijn voorganger. vSphere ondersteunt het dubbele aantal virtuele processors van VMware Infrastructure 3.0 (8 i.p.v. 4), 2,5 keer het aantal virtuele netwerkinterfaces (10 i.p.v. 4), en vier maal meer geheugen per virtuele machine (maximaal 256 GB i.p.v. 64 GB). Bovendien kan het tot drie keer de netwerkbelasting van de vorige versie aan en 2,5 keer het maximale aantal I/O-operaties (tot over 200.000 per seconde).

vSphere kan tot 32 fysieke servers , 2048 processors , 32 TB RAM, 16 petabytes opslagcapaciteit en 8.000 netwerkinterfaces in één vCenter onderbrengen en centraal beheren. Het aantal vCenters is slechts beperkt door de licentie maar kan uiteindelijk onbeperkt doorgroeien.

Fault Tolerance

De ruimere specificaties zijn echter niet de grootste innovatie van vSphere. Dat zijn nieuwe methoden voor het inbouwen van Fault Tolerance, integratie van de Cisco virtuele netwerkswitch, verbeterde efficiëntie bij storage en nieuwe methoden voor beveiliging.

Voor Fault Tolerance maakt VMware het nu mogelijk twee identieke virtuele machines op gescheiden hosts elkaar zonder enige downtime of verlies van data of serviceverlening te laten overnemen in geval een van de systemen faalt. Dit werkt met alle applicaties en besturingssystemen en werkt zonder complexe clustering of de noodzaak specifieke hardware te installeren.

Volgens Rob Jones, IT-architect van de Franse multinational Alstom en een van de partners van VMware bij de persintroductie in Londen, zal deze nieuwe mogelijkheid zijn interne klanten zeer aanspreken. "Fault Tolerance zal voor ons even belangrijk blijken als de introductie van vMotion in de vorige versie van de VMware Infrastructure", zegt Jones. Hij verwacht niet dat VMware Fault Tolerance direct al bestaande oplossingen zal vervangen maar denkt wel dat hij op korte termijn vooral zeer zichtbare systemen die nu nog niet over deze functionaliteit beschikken, ermee zal updaten. "De grote zichtbaarheid voor de klanten maakt onze Blackberry-server een uitstekende kandidaat om als eerste met Vmware Fault Tolerance te worden geüpdate.’

Netwerkbeheer

VSphere is de eerste versie van VMware’s virtualisatieplatform die voorziet in een virtuele switch. Op de plek van deze vNetwork Distributed Switch ziet VMware voorlopig vooral de in samenwerking met Cisco ontwikkelde Nexus 1000V. Volgens Fredrik Sjostedt, marketing-directeur bij VMware, betekent dat niet dat klanten vast zitten aan een enkele leverancier. "VMware bouwt alleen op open platformen, en kunnen dus ook andere leveranciers van netwerkapparatuur aanhaken."

Voorlopig ligt de focus helemaal op de virtuele Cisco-switch die alle netwerkpoorten binnen een virtuele infrastructuur kan beheren via de voor netwerkbeheerders vertrouwde Cisco command-line en Cisco-tooling. De integratie van de virtuele Cisco-switch zal voor netwerkbeheerders een verandering van hun houding ten opzichte van virtualisatie, vergen.

De virtuele switch speelt dus een belangrijke rol in vSphere, zoals ook Fault Tolerance en de nieuwe beveiligingsservice voor de virtuele infrastructuur, de vShield Zones, dat doen. Een vShield Zone is volgens VMware een ‘zelf-lerende en zelf-configurerende firewall service’. Met vShield Zones kan de beveiliging van hosts, clusters, switches en VLAN’s centraal beheerd worden en wordt deze automatisch gehandhaafd ook wanneer zich in de virtuele infrastructuur veranderingen voordoen.

De nieuwe vSphere is per direct beschikbaar. De suite is compatibel met de meeste, maar nog niet alle VMware managementsoftware. Producten zoals VMware vCenter Lab Manager, Lifecycle Manager en Stage Manager, die nu nog niet volledig compatibel zijn, zullen laatstelijk de tweede helft van dit jaar geüpdate zijn. Bron: Techworld