Je ervaart het inmiddels als een gegeven dat dat zo is. Het zou pas nieuws zijn als computers niet steeds sneller werden. Maar snellere computers moeten ook nut hebben. Er moeten ook toepassingen voor zijn die mensen echt gaan gebruiken. Daarom hebben ze bij de onderneming naast de oneindige batterij aan hardcore techneuten ook een grote groep mensen die uit de zachte sector komt: psychologen, sociologen, noem maar op. Die bestuderen het gedrag van de mens en hoe dat verandert. Zodat die andere afdelingen weer technieken kunnen bedenken die daar op aansluiten.

De toekomst van de televisie is in zo'n setting een onderwerp dat langskomt. Als je dan kijkt naar de prototypen, heb je het idee dat je al jaren naar hetzelfde verhaal kijkt. Want hoelang wordt ons al niet voorgehouden dat de schermen straks overal aanwezig zijn, dat kastjes intelligent worden en weten waar je bij een programma gebleven bent als je thuis verlaat en onderweg op de mobiel wilt verder kijken. En dat adviessystemen ons echt gaan helpen betere tv te zien en goede programma's te ontdekken. Om nog maar te zwijgen over het sociale aspect; dat we zien wat onze vrienden kijken en dat we elkaar via tv adviseren.

Een demonstratie van dit model - met ook nog eens een tv die tegen je praat - voelt ouderwets. Het voelt alsof we dat stadium al weer hebben overgeslagen. Toen internet de tv niet bleek in te komen, zijn we massaal met de laptop op schoot tv gaan kijken. En zijn we in snel toenemende mate de mobiel gaan inzetten om de kijkervaring te verrijken. Internet kwam de tv niet in (al gaat dat natuurlijk nog wel gebeuren), maar we gingen internet parallel aan de televisie gebruiken. Services als Twitter (Hyves of Facebook zijn hier natuurlijk ook voor te gebruiken) verzorgen nu naast de tv de sociale component zodat ik met vrienden over een programma kan 'kletsen' en mijn vrouw daar geen last van heeft. En via diezelfde diensten hoor ik het van mijn netwerk als er een goed programma is waar ik op dat moment naar moet kijken.

Het is dat persoonlijke aspect waar systemen het zo moeilijk mee hebben. De mens zit kennelijk nogal complex in elkaar. Adviezen geven zoals Amazon doet is uiteindelijk niet heel moeilijk (wie dit kocht kocht, kocht ook dat), maar op het moment dat systemen gaan adviseren en ze rekening moeten houden met stemmingen, tijden en verschillende gezelschappen wordt het complex. Dat merkte ik vorige week op een bijeenkomst van knappe koppen uit Europa op het gebied van 'recommendation technology'. Het verbeteren van die technieken schiet met alle deskundigen van de wereld in de loop der jaren maar een heel klein beetje op, als ik eerlijk ben.

Hoe moet je de waarde van de waardering van een film interpreteren? De één vindt drie sterren slecht, de ander best goed. Hoe weet je als systeem wie er voor de buis zit (vader, moeder of de familie) en hoe pas je adviezen daar op aan? Hoe kom je er achter in wat voor bui iemand is? Moeilijk, moeilijk, moeilijk. De mens maakt adviseren lastig, zei één van de aanwezigen.

Ik ben zo de afgelopen weken weer twee keer bevestigd in het idee dat het advies van vrienden zo slecht nog niet is. Of op zijn minst dat de computer dat nog lang niet beter kan. Mijn vrienden kennen mijn smaak, ze kennen mijn omstandigheden, ze snappen mijn context en ze hebben hetzelfde gevoel voor humor. Ze weten waar ze me wanneer op moeten wijzen. Kom daar maar eens om bij een computer. Dat netwerk heb ik bij de hand dankzij diezelfde computer en het internet, dat dan weer wel.