De ene Bill is de andere niet, zo blijkt uit de uitspraak van districtsrechter Thomas Jackson over de openbaarheid van het verhoor van Gates. Terwijl president Bill achter gesloten deuren een onderzoeksjury mag uitleggen hoe de vlekken op de jurk van zijn stagaire zijn gekomen, moet topman Bill voor een gehoor van persmensen en andere belangstellenden uitleggen hoe zijn bedrijf zijn dominante marktpositie heeft verkregen.

Het verschil zit hem in de aard van de procedure waarin de beide Bills verwikkeld zijn: Clinton moet zich wegens vermeende meineed verantwoorden in een gerechtelijk vooronderzoek, terwijl Gates louter wordt gehoord in het kader van voorbereidend onderzoek in aanloop naar het antitrust-proces tegen Microsoft, dat op 8 september begint.

Volgens rechter Jackson schrijft de wet, die Microsoft zou hebben overtreden, voor dat getuigenverklaringen in het openbaar worden afgelegd. Met de wet in de hand hebben kranten als The New York Times en The Seattle Times dan ook verzocht om te worden toegelaten tot de verhoren die worden afgenomen door vertegenwoordigers van het ministerie van justitie.

Overigens heeft Jackson wel bepaald dat de advocaten van Microsoft meer tijd moeten krijgen om de getuigenverklaringen van Gates en 16 andere topmensen van het bedrijf voor te bereiden. De verhoren zouden vandaag worden gehouden, maar zijn uitgesteld. Ook is er tijd om in beroep te gaan tegen de beslissing om de verhoren openbaar te maken.

Microsoft maakt zich vooral zorgen over de vertrouwelijke informatie die bij de zittingen naar buiten kan komen. De rechter heeft de kranten, aanklager en het softwareconcern gevraagd hierover afspraken te maken.

Bij een federale rechtbank ligt op dit moment nog een verzoek van Microsoft om het proces van 8 september ongeldig te verklaren (zie Het proces dat niet hoeft).