De VS en de EU zijn er eindelijk uit: onderhandelaars zijn tot een compromis gekomen over de bescherming van consumentgegevens, zo is in Brussel bekendgemaakt. Amerikaanse analisten zijn echter teleurgesteld: Europese burgers genieten veel meer privacybescherming dan Amerikanen. De Europese Unie hecht van oudsher veel meer belang aan een strengere privacywetgeving dan de Amerikaanse politiek. Daar staat de zelfregulering door de industrie hoog in het vaandel. Deze tegenstelling was de oorzaak van de moeizame onderhandelingen. De EU is het formeel met de VS eens dat het 'safe harbor-principe' van de Amerikanen een 'adequate bescherming' voor de consument biedt. Het Amerikaanse idee van zelfregulering is gebaseerd op deze zogeheten safe harbors; een bedrijf kan bijvoorbeeld alleen persoonsgegevens doorspelen aan een ander bedrijf als de consument daar toestemming voor geeft. Het akkoord is volgens analisten evenwel een wassen neus. Een Europese burger kan immers bij een conflict naar de rechtbank stappen. Een eventuele privacyzaak valt dan onder de (strengere) Europese regelgeving waardoor een Amerikaans bedrijf op het matje zou kunnen worden geroepen. Bovendien gaat de Amerikaanse Federal Trade Commission zich bezig houden met klachten van Europese burgers. Het akkoord moet nog door de 15 Europese lidstaten worden goedgekeurd, alsmede door het Europees parlement. In juni zal Amerika dan het eerste land zijn die aan de privacyregels voldoet, de Europese landen volgen later. Midden 2001 volgt een evaluatie van de VS en de EU.Eerdere relevante berichten: EU en VS bijna eens over dataprivacyakkoord (23 februari 2000) VS en EU praten deze week over dataprivacyakkoord (17 januari 2000) Amerikanen tegen online privacywetgeving (13 juli 1999)