Die hoop wordt uitgesproken door Ira Magaziner, de adviseur van president Clinton over het Internet. Hij heeft een aangepaste versie aangekondigd van de voorstellen die de VS eerder hebben gedaan over een nieuwe opzet van de organisatie die domeinnamen toekent. In de oorspronkelijke plannen hield de Amerikaanse regering een vette vinger in de pap (lees Gevecht om de g-TLD's) bij de registratie van nieuwe websites in de zogeheten topdomeinen. Europa en Australië willen dat de registratie wordt overgelaten aan een internationale organisatie, bijvoorbeeld onder toezicht van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) of de Verenigde Naties. De Amerikaanse regering voelt er echter weinig voor om zijn greep op het Internet – voor het grootste deel nog altijd een Amerikaanse aangelegenheid – te verliezen aan onbekende, buitenlandse bureaucraten. Volgens Ira Magaziner zijn de oorspronkelijke plannen aangepast om meer aan de bezwaren van de Amerikaanse partners tegemoet te komen. De nieuwe voorstellen worden waarschijnlijk volgende week al gepubliceerd. De VS houden vast aan de oprichting van een onafhankelijke organisatie – op Amerikaanse bodem – die toezicht houdt op de domeinregistratie. Wel krijgt deze instelling een internationaal bestuur: die wordt samengesteld door de `aandeelhouders' in het Internet. De nieuwe, particuliere organisatie moet op 1 oktober van dit jaar de touwtjes in handen krijgen, aldus Magaziner. Volgens de presidentiële adviseur ligt aan het conflict met Europa over de toekomst van het Internet (niet alleen de domeintoekenning) een verschil aan inzicht ten grondslag: de VS willen dat de Internet-industrie zelf regels stelt voor de bescherming van de privacy en andere gerelateerde zaken, terwijl de Europeanen hiervoor wetgeving willen opstellen. Europa en de VS dreigen dit jaar te botsen op een Europese richtlijn over de bescherming van de privacy via het Internet. Die richtlijn regelt het verkeer tussen de lidstaten, maar eist ook dat andere landen zich eraan houden.