Dat heeft een woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Justitie vrijdag gezegd, zo meldt CNet. "De Verenigde Staten kunnen niet deelnemen aan een overeenkomst die in strijd is met de grondwet", aldus de woordvoerder. De vrijheid van meningsuiting is in de Verenigde Staten grondwettelijk vastgelegd. Amerikanen hechten een grotere waarde aan dit recht dan de meeste Europese landen. `Hate speech' is in de Verenigde Staten niet verboden. Alleen uitspraken die leiden tot een `directe bedreiging van de vrede' of uitspraken die `onmiddellijke wetteloze acties' uitlokken, kunnen in Amerika niet door de beugel. In het verleden heeft dit `interpretatieverschil' van het recht op vrije meningsuiting al diverse malen geleid tot botsingen tussen Europese rechters en Amerikaanse bedrijven. Zo bepaalde een Franse rechter dat Franse bezoekers van Yahoo geen toegang mogen krijgen tot een veiling van nazi-parafernalia. Het antiracismeprotocol van de Raad van Europa is een uitbreiding op het vorig jaar aangenomen Cybercrimeverdrag. Eerder deze maand nam het comité van ministers van de Raad van Europa het nieuwe protocol aan.

Uitlevering

Het amendement verbiedt materiaal dat 'aanzet tot haat, discriminatie of geweld tegen individuen of groepen individuen, gebaseerd op ras, huidskleur of nationale of etnische afkomst'. Amerikaanse burgerrechtenactivisten verzetten zich zowel tegen het antiracismeprotocol als het hele verdrag. Zij zijn ingenomen met het besluit van het ministerie van Justitie om in ieder geval het antiracismeprotocol niet te ondertekenen. De Verenigde Staten hebben het Cybercrimeverdrag overigens – net als vrijwel alle andere ondertekenaars – nog niet geratificeerd. Het Cybercrimeverdrag maakt onder meer de uitlevering van hackers mogelijk. Amerikaanse autoriteiten maakten deze week bekend dat ze willen dat Groot-Brittannië een hacker uitlevert die heeft ingebroken op 92 netwerken van het Amerikaanse leger en de ruimtevaartorganisatie NASA.