Apple heeft namelijk een patent op het remote en automatisch updaten van applicaties. Dat onthulde de Mac-maker begin dit jaar toen de W3C bezig was een officiële standaard voor widgets te ontwikkelen. Widgets zijn kleine applicaties die in een browser, of op een besturingssysteem draaien.

Licentievergoeding

De plannen van de W3C zijn in eerste instantie gefrustreerd door Apple. Die wil namelijk geen gratis licentie afgeven voor zijn patent. Het eist een vergoeding voor het octrooi, dat in 1995 is aangevraagd en in 1998 is verkregen. Sindsdien zijn er in de praktijk vele applicaties en update-mechanismes die formeel gezien dit patent van Apple schenden.

De W3C wil of kan het patent niet afkopen en wil ook niet een standaard ontwikkelen waarbij voor gebruik dan geld verschuldigd zou zijn. De standaardenorganisatie gaat het probleem nu letterlijk en figuurlijk omzeilen.

Zelf updaten versus vragen

Het patent van Apple betreft namelijk een applicatie die zichzelf update. De W3C kiest voor de standaard in wording voor de formulering van een applicatie die aan een server vraagt of er updates zijn. De vanwege Apple opgerichte widget-werkgroep van de W3C concludeert dan ook dat het intellectueel eigendom van de Mac-maker "niet essentieel is" voor de aankomende widget-standaard.

Multiplatform

Widgets zijn ooit begonnen als grappige, kleine applicaties met een verstrooiende functie, zoals het weergeven van lokale weerberichten. Het zijn echter in toenemende mate een nieuw applicatieplatform, wat meerdere andere platformen overbrugt. Dit loopt uiteen van besturingsystemen, apparaten en websites.

Partijen als Yahoo, Apple, Google en Microsoft bieden elk widgets voor hun sites of platformen. Inmiddels zien ook telecomaanbieders brood in widgets. Zij willen daarmee platformverschillen overbruggen om applicaties te brengen naar mobiele telefoons van verschillende aanbieders, met ook verschillende besturingssystemen.