Windows 98 is volgens Microsoft sneller op vier terreinen: je computer start sneller op, je computer gaat ook weer sneller uit, je favoriete applicaties staan sneller op je scherm en een beter geheugenbeheer bespoedigt het uitvoeren van basistaken als het schakelen tussen programma's (Alt-Tab). En? Is Windows 98 ook maar iets sneller dan Windows 95? Uit de langdurige proeven is gebleken dat het nieuwe besturingssysteem een tikkeltje rapper is op sommige terreinen en een stuk trager op andere. Als we de definitieve versie helemaal door de molen met alle mogelijke hardware hebben gedraaid kunnen we er wat cijfers bij zetten, maar voorlopig luidt de conclusie: als je besluit om te upgraden naar Windows 98 zul dat niet doen omdat er een fenomenaal verschil in snelheid met zijn voorganger is. Verkeersdrempels De eerste truc van Windows 98 om sneller te doen lijken heeft één groot gebrek. Om rapper aan het werk te kunnen gaan moet je computer zijn voorzien van een FastBoot BIOS – en de machines die dit ondersteunen verschijnen nu pas in de winkels. (Voor onze bèta-tests was er zelfs geen enkele beschikbaar.) Deze nieuwe systemen slaan de lange systeemtest en het initialisatieproces over die een computer doorloopt als je hem voor de eerste keer start. Maar zelfs als je computer over een FastBoot BIOS beschikt is het nog allesbehalve zeker dat je sneller tegen je bureaublad aankijkt dan onder Windows 95. Windows 98 laadt namelijk grote delen van de code voor zijn browser in het geheugen tijdens de opstart. En aangezien Microsoft je geen middel biedt om de Internet Explorer uit je systeem te verwijderen kun je aan dit probleem niet ontkomen. Als je nu Windows 95 gebruikt zonder IE zal de trage wijze waarop Windows 98 tot leven komt je mateloos ergeren – zeker als je FastBoot moet ontberen. Verschillende testers klaagden over de stroperige start van Windows 98. Sneller stoppen is weer een ander verhaal. Windows 98 biedt hier wel verbetering, vooral voor computers die zijn aangesloten op een netwerk (inclusief de Dial-Up Networking voor mensen die bij een provider inbellen). De reden? In tegenstelling tot Windows 95 dat netjes wacht op het verbreken van de netwerkverbindingen voordat jij de boodschap krijgt dat de schakelaar om mag, trekt Windows 98 resoluut de stekker eruit. Dit aardige stukje innovatie levert geen enkel probleem op voor het netwerk en zorgt dat je net wat seconden sneller bij de bushalte staat. Nooit meer pauze Hoeveel tijd gaat er verloren met wachten – wachten tot je tekstverwerker eindelijk op het scherm staat of je browser je beginpagina heeft geladen? Alles bij elkaar opgeteld moet het gaan om een paar dagen in een jaar. De verbeterde Defragmenter van Windows 98 kan je heel wat ongeduldig roffelen met je vingers schelen. In plaats van stukken applicaties in een aansluitende blokken bij elkaar brengen, zoals Windows 95 doet, bekijkt de Defragmenter van 98 hoe een programma in het geheugen wordt geladen. Aan de hand van die informatie geeft het programma de toepassing het juiste plekje op de harde schijf om een maximale `laadtijd' te bereiken. De software die je het meest gebruikt komt natuurlijk op de beste plek terecht. Zoals bij iedere schijffragmentatie hangt de duur van dit selectieproces af van hoe groot een harde schijf, hoe vol en hoe sterk het een en ander is gefragmenteerd. In onze tests liepen sommige defragmentatie-sessies uiteen van twintig minuten tot enkele uren. Gelukkig kun je Disk Defragmenter opdragen pas aan het werk te gaan als je je computer niet gebruikt. De meeste testers melden zichtbare en soms dramatische verbeteringen op bij het starten van applicaties onder Windows 98. Vooral standaard zakelijke programma's die doorgaans niet vooruit te branden waren lijken het meest te profiteren. Notoire slakken als Navigator 4.0 en MS Word 97 stonden op de meeste testsystemen sneller op het scherm, terwijl een relatieve snelheidsduivel als Excel 97 slechts een lichte verbetering lieten zien. De laatste truc die Windows 98 biedt om alle processen te bespoedigen is het moeilijkst te verklaren – en het moeilijkst te meten. Zowel DOS als Windows 3.1 hebben hun prestaties op weten te vijzelen met disk caching – waarbij een kopie van de meest gebruikte bestanden en de bestanden die vermoedelijk snel nodig zijn in een speciaal stuk geheugen worden weggezet. De cache van Windows 98 biedt een tijd- en geheugenbesparende sluipweg die MapCache wordt genoemd. In plaats van bestanden van de cache naar het echte geheugen te kopieëren beschouwt Windows 98 de inhoud van de cache als deel van de echte RAM. Het resultaat: Windows hoeft het bestand niet de kopieëren (dat scheelt tijd) en daardoor heeft het maar half zoveel geheugen nodig. Onder Windows 98 staat geheugen gelijk aan snelheid. Zou er ook maar iemand zijn – afgezien van een volbloed Windows-fan – die de toverij van MapCache opmerkt? Van de testers kon niemand er een vinger opleggen. Wellicht dat verder experimenteren met de definitieve versie uitsluitsel kan bieden. [Bron: PC World]