In de jaren 90 grapte Linus Torvalds dat het einddoel van Linux totale wereldverovering was. Maar in veel opzichten is dat doel bereikt, met een dominantie in alles van zakelijke servers, tot cloudserver, tot high performance computing en natuurlijk mobiele apparaten.

Maar op dit gebied is het een beetje misgegaan met de Linux-opmars. Ja, Linux (als kernel van Android) heeft 86 procent van de wereldwijde smartphonemarkt, maar die enorme penetratie heeft niet geleid tot een voor professionele ontwikkelaars net zo interessant ecosysteem die vergelijkbaar is als die van Apple heeft met iOS.

Android overal

Google was bevreesd dat Apple de smartphonemarkt zou grijpen en bracht in 2007 Android uit, het mobiele besturingssysteem van Android Inc. van Andy Rubin dat twee jaar eerder was ingelijfd door Google. In 2008 verscheen het eerste apparaat en in vijf jaar tijd kreeg Android het grootste aandeel in handen van de smartphonemarkt.

Zo'n tien jaar later is Android overal. Recente gegevens van Gartner lieten zien dat 85,9 procent van wereldwijd verkochte smartphones in 2017 Android draaiden. Bijna de hele rest is voor Apple, die iOS 14 procent ziet behalen. En het aandeel van Android blijft groeien, met meer dan één procentpunt per jaar.

Winst voor Google?

Androids actieve gebruikersbasis is nu twee miljard apparaten. Dat is goed nieuws voor Google, die zijn zoek-, mail-, en opslagdiensten uitbaat op een groot deel daarvan (vooral China is een uitzondering, omdat het land de diensten van Google in de ban heeft gedaan). Toch is dat geen positie die ideaal uitpakt voor Google en ik zal je uitleggen hoe dat zit.

In andere markten, zoals de servermarkt, zorgt de groei van Linux ervoor dat iedereen profiteert. Servermakers verdienen eraan en ook softwarebedrijven. Red Hat, dé zakelijke standaard voor Linux, verdient miljarden, maar het hele ecosysteem rond Red Hat Enterprise Linux en diens concurrenten is goed voor honderden miljarden.

Datzelfde effect zie je niet bij smartphones.

Aan de ene kant wordt goed verdiend aan Android-apparaten, die vooral Samsung geen windeieren leggen, en bedrijven als Spotify kunnen meer muziekabonnementen afzetten aan de grote gebruikersgroep. Maar het ecosysteem is lang niet zo winstgevend - of groot - als van iOS, terwijl er 6 Androids voor elke iPhone worden verkocht. Volgens sommige (oudere) schattingen verdiende Google zelfs meer met zijn diensten op iOS dan op Android. Vier keer zoveel zelfs.

Gesloten ecosysteem, open kassa

Google staat hier niet alleen in, want volgens data van marktvorser App Annie verdient de gemiddelde mobiele app-ontwikkelaar vier keer zoveel met iOS dan op Android. Zelfs ontwikkelaars die maar de helft van het aantal downloads op iOS hebben als op Google Play, verdienen twee keer zoveel met hun iOS-app.

Dit kan meerdere oorzaken hebben - zo domineert Android vooral in markten met lage inkomens - maar het nettoresultaat is hetzelfde: het ecosysteem van Apple is veel rendabeler dan dat van Google. En dat geldt niet alleen voor de third party-developers, maar ook voor de uitbaters. Uit ingediende juridische documenten in 2016 bleek dat Apple in één kwartaal meer mobiele omzet behaalde dan Google in de hele geschiedenis van Android.

Ook hardware ipv diensten

Dat heeft natuurlijk ook als reden dat Apple hardwareverkoop kan rekenen, terwijl Google weinig verdient aan hardware en meer aan (zoek)diensten. De gemiddelde verkoopprijs van een Apple-smartphone (ASP) bedraagt 800 dollar, tegenover een marktgemiddelde van 300, zoals Asymco becijferde.

En dat cijfer is 100 dollar hoger geworden dit jaar, dankzij de nog duurdere iPhone X, zo merkt Asymco's Horace Dediu op. "Dit is niet alleen nooit eerder vertoond bij Apple, maar is in de hele sector zonder precedent", met een steeds groter wordend gat tussen de ASP's van Apple en alle andere fabrikanten op een rij.

Apple Pay en Google Pay

Maar ook als je appels met appels vergelijkt, presteert Apple indrukwekkend op het gebied van zijn ecosysteem. Apple Pay heeft inmiddels 240 miljoen abonnees en Apple schept grote hoeveelheden omzet naar binnen via klanten die het gebruiken voor retail, naast de winst via apps en muziek. Google worstelt ondertussen met zijn betaaldienst en rebrandde Android Pay (wat al een naamswijziging was van het eerdere Google Wallet) onlangs naar Google Pay. Het is de vraag of dat gaat werken.

Dit is een uitdaging waar Android al van meet af aan mee worstelt: het besturingssysteem heeft meer gebruikers en dus een hoger bereik, maar al deze gebruikers geven minder uit. Dat zorgt ervoor dat toch het kleinere platform relatief interessanter blijft voor ontwikkelaars en ze veelal eerst op iOS publiceren en later voor de bereikvergroting op het minder winstgevende Android.

Liever iOS

Daarnaast heeft Apple klanten die veel trouwer zijn. Volgens Morgan Stanley is 92 procent van dfe gebruikers loyaal aan de iPhone (en diens ecosysteem), terwijl dat bij Android zelfs in het high-end segement blijft steken op 77 procent (Samsung) en dichter bij 50 procent voor andere fabrikanten van Android-toestellen, zoals LG.

Met andere woorden: Google's Android heeft Torvalds' grap over wereldverovering waargemaakt in getallen van verkochte units, maar dat marktaandeel vertaalt zich niet naar de loyaliteit van ontwikkelaars die in de regel bewegen naar de markt waar het geld is. Op zijn beurt betekent dat minder ontwikkeling voor mobiele open source-projecten.

Winst in premium?

De schuld wordt soms gelegd bij Google's steeds strakkere controle over de Android-markt, maar Apple's strikte controle over iOS lijkt het tegenovergestelde effect te hebben. Sterker nog, in de constant evoluerende smartphonemarkt lijkt het erop dat een strikte premiumervaring de winnende strategie is en niet de niet-helemaal-open-maar-ook-niet-gesloten aanpak van Android.