Op die manier beginnen Indiase giganten als Infosys, Mahindra Satyam en andere ict-dienstverleners zich steeds meer te profileren als wereldmacht. Ook in Nederland zijn ze volop vertegenwoordigd, ondanks de lagere salariskosten en overvloed van gekwalificeerd personeel in eigen land. Bovendien worden netwerken robuuster en sneller, waardoor ingewikkelde dienstverlening steeds beter op een afstand te doen is.

Maar toch hebben deze bedrijven goede reden om naar Europa te komen, iets waar ze de laatste jaren sterk op hebben ingezet. Dat heeft niet alleen te maken met de groei van de bedrijven, zegt Shankar Narayanan, algemeen directeur van Tata Consultancy Services (TCS) Benelux.

Eigenlijk dekt een term als 'de Indiërs' de lading niet langer. Deze bedrijven zijn geen Indiase service providers meer, maar multinationals die mensen aannemen uit allerlei landen. "Bij Tata werken nu 67 verschillende nationaliteiten", schat Narayanan. In Nederland werken 500 mensen namens Tata, waarvan tussen de 75 en 100 werknemers Nederlanders zijn.

Van codekloppers naar dienstverlening

Hoe komt dat? Door de jaren heen is het aanbod van de Indiase bedrijven verbreed. Dat geldt voor zowel de IT- als de businesskant, zegt Narayanan. "Voorheen boden we vooral 'gewone' applicatiediensten aan", vertelt hij. "Maar dat is onderhand uitgebreid met remote management, consultancy en advies (de tak die het hardst groeit, aldus Narayanan) en procesmanagement. Het is een ontwikkeling die zich de laatste 10 a vijftien jaar heeft voortgedaan aan de dienstenkant."

Deze bedrijven moeten ook wel, want de internationale concurrentie zit niet stil. Dat zijn niet alleen de gevestigde namen uit het Westen, maar ook partijen uit bijvoorbeeld China. Het soort diensten dat de Indiërs zijn gaan aanbieden, vereist directer contact met klanten.

Technologie kan niet alles ondervangen

Ergens is dat vreemd. Technologie maakt het meer dan ooit mogelijk om op afstand te werken. Maar volgens Narayanan kan een dienstverleningsbedrijf niet anders dan zijn klanten opzoeken. "De klanten in Nederland zijn internationaal georiënteerd, en de zakentaal is Engels", zegt Narayanan. "Maar voor andere Europese landen ligt dat anders. Dus moet je naar manieren zoeken om hen diensten te leveren in hun eigen taal en volgens hun eigen gebruiken."

Om die reden hebben grote Indiase bedrijven dikwijls vestigingen in Midden- en Oost-Europa. Zo zit Infosys in Tsjechië, en heeft Tata gekozen voor Hongarije. "Ict'ers uit Hongarije zijn getalenteerd en goed onderlegd, zowel op technisch als zakelijk gebied", legt Narayanan uit. "De gemiddelde werknemer bij ons delivery center daar spreekt vier Europese talen. We hebben daar duizend werknemers zitten die bij elkaar zo'n twintig talen spreken. Die vestiging kan al direct een groot deel van wereldmarkt bedienen."

Niet alleen zakelijk-culturele factoren spelen bij het recruteren van buitenlanders een rol. Hoe groot de poel van technici in eigen land ook is, ieder groot bedrijf zoekt naar talent waar deze beschikbaar mag zijn. Volgens Narayanan komt daar ook de keus voor specifiek Eindhoven vandaan. "De aanwezigheid van bedrijven als Phillips en NXP zorgt ervoor dat er veel talent aanwezig is op het specifieke vlak van R&D", geeft Narayanan als voorbeeld.

Een laatste aspect is juridisch van aard, zegt Naraynan. Want de verbreding van de dienstverlening brengt ook meer gegevens met zich mee die aan regels gebonden zijn. "Bepaalde gegevens moeten binnen de EU blijven", zegt Narayanan. "Om diensten rond deze processen te kunnen bieden, moeten we dus aanwezig zijn in de EU."