Volgens de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) komt het rapport tot een 'vernietigend oordeel'. Hoofd juridische zaken van van de VEB, Paul Coenen, ziet alle redenen om het onderzoek een tweede fase in te leiden. Hij wil het wanbeleid precies vaststellen.

In 2001 ging LCI failliet door een miljoenenfraude bij dochteronderneming CCW. In 2004 verzocht de VEB om een enqueteonderzoek bij de Ondernemingskamer, volgens de vereniging was er al lang veel mis met LCI. Naast de fraude zou de ondergang van het bedrijf in gang zijn gezet door grote investeringen in de Smartpen, een pen die handtekeningen herkende.

De pen die als beste beveiligingsstandaard werd voorgesteld kwam echter nooit in de schappen terecht. De Ondernemingskamer oordeelde dat LCI nooit genoeg financiele middelen bezat en niet groot genoeg was om de pen in de markt te zetten.

Wanbeleid

Directeur Asseer die op het moment van de surséance de leiding had over het bedrijf wordt ernstig wanbeleid verweten. Uit het rapport blijkt dat hij vitale informatie achterhield voor de commissarissen. Daarnaast zou hij zou pas inlichtingen verstrekken als het hem uitkwam en is hij niet 'meegegroeid tot een evenwichtige bestuurder'.

De commissarissen wordt gebrek aan assertiviteit verweten. Doordat ze geïntimideerd waren door Asseer zouden ze te laat ingegrepen hebben, oordeelt de Ondernemingskamer.

Claim van 300 miljoen

De VEB wil een civiele procedure starten als de Ondernemingskamer officieel wanbeleid vaststelt. Naast Asseer en de commissarissen wil de VEB dan ook de accountant aanpakken. Een accountant van PricewaterhouseCoopers heeft immers een handtekening onder de jaarrekeningen gezet, redeneert de VEB.

Het enqueteverzoek werd ingediend namens negentien partijen en 2100 beleggers. Een claim zou uitkomen rond de 300 miljoen euro, het bedrag dat het bedrijf waard was ten tijde van het faillissement.