Aanleiding voor de 'online war room' is het hardnekkige gerucht dat Barack Obama moslim zou zijn. Ook zou hij zijn jeugd hebben doorgebracht in Indonesië, op een radicale islamschool. Onjuist, en Obama zal er aanvankelijk de schouders over hebben opgehaald. Tot uit een opiniepeiling bleek dat maar liefst dertien procent van alle Amerikanen het gerucht ook daadwerkelijk gelooft. Dat was schrikken, want moslim zijn in Amerika, daar win je geen stemmen mee.

Sindsdien is www.fightthesmears.com actief. In de vorm van een weblog passeren alle online roddels en verdachtmakingen over Barack Obama de revue. Eerst 'the smear' en meteen daaronder in hemelsblauwe letters 'the truth': 'senator Obama is een toegewijd christen'. Het is maar dat u het weet.

Ook alle geruchten over Obama's vermeende gebrek aan vaderlandslievendheid komen aan bod. Zo zou hij tijdens de Pledge of Allegiance zijn hand niet op het hart hebben gehouden. De website toont een YouTube-filmpje waarop Obama zijn hand wél op het hart houdt.

Rechts op de pagina moedigt Obama bezoekers aan hun eigen adresboek te spammen met mailtjes over 'the truth'. Tien mailadressen van vrienden invullen, is voldoende. De tekst van het mailtje is al voor je getypt en begint zo: 'Friend -- You may have recently heard right-wing smears questioning Barack Obama's Christian faith.'

Op internet is iedereen enthousiast over 'Fight the Smears'. Waarschijnlijk omdat Obama de reputatie heeft dat hij nieuwe media perfect weet te integreren in zijn communicatiestrategie. Marketing 2.0 noemen ze dat. 'Obama is truly the undisputed president of web 2.0!' lees ik ergens.

Ik vraag me af wat hier zo 2.0 aan is. Het is veel eerder paniekvoetbal. Bovendien werkt het averechts. Sinds ik 'Fight the Smears' ken, wantrouw ik Obama als nooit tevoren. Wat heeft hij allemaal te verbergen? Niets is meer verdacht dan een politicus die alles ontkent.

Oké, de bedoeling is duidelijk: negatief nieuws in cyberspace bestrijden voordat het beklijft. Maar wat een treurnis dat zo'n veredeld weblog blijkbaar als oplossing wordt gezien. Is dit Amerika, het land dat mijlenver voorligt op Europa wanneer het gaat om politiek campagnevoeren?

Ik zie het al voor me: Wouter Bos die in de aanloop naar verkiezingen de website zoiswouterbosniet.nl in het leven roept. Bevecht de roddel! Het zou direct een nationale sport zijn: bedenk een gerucht dat zo vuig is, dat de spindoctors van Bos er niet omheen kunnen deze op zijn website te ontkennen. ('Wouter Bos is nooit naakt, met een stronk prei in zijn achterste, aangetroffen in bosschages bij de homo-ontmoetingsplaats langs de A28'.)

Maar hoe je nu te wapenen tegen negatieve publiciteit? Als het gaat om 'online damage control', kan Obama nog iets leren van UPC. Zo dreigde GeenStijl ooit alle ip-adressen van UPC te blokkeren wanneer een GS-medewerkster niet subiet haar internetaansluiting kreeg. Het postje verscheen op zaterdagmiddag op internet. Maandagochtend om acht uur stond de monteur bij de medewerkster van GeenStijl op de stoep. Was UPC gezwicht voor het dreigement? Nee, de 'war room van UPC', een zeven man sterk team dat het internet afspeurt naar negatieve berichten over de kabelexploitant, had ingegrepen.

Zelf heb ik ook met ze te maken gehad. Twee uur na een publicatie op mijn eigen website over twee colporteurs van UPC die mijn oude moedertje een mediabox hadden opgedrongen, kreeg ik mail van de 'UPC war room'. Duizendmaal excuses en hoe ze het goed konden maken. Diezelfde middag werd de mediabox weer bij mijn moeder opgehaald en kreeg ze een bosje bloemen voor de schrik.

De 'war room' van UPC weet wat kordaat optreden is. Maar nog belangrijker: zij maakt de vertaalslag van een online aantijging naar een real life oplossing. Dat zie ik Barack Obama nog niet doen.

Daarom mijn voorspelling: op internet wint Obama de komende maanden alle polls, maar in real life verliest hij uiteindelijk de verkiezingen. Dat wordt nogal eens vergeten: uiteindelijk draait het niet om de digitale, maar om de echte wereld.