De eerste update voor HTML 5, dat lang in ontwikkeling is geweest, is namelijk al aangekondigd. Niet door een browsermaker die voorop wil lopen of door een op zichzelf staande HTML-ontwikkelaar. Webstandaardenorganisatie W3C (World Wide Web Consortium) noemt de eerste voorlopige specificatie voor HTML 5.1 in zijn aankondiging dat HTML 5 echt af is.

Metastandaard

Die compleetheid geldt voor HTML 5 en ook voor het daaronder vallende Canvas 2D. De vijfde versie van de webopmaaktaal omvat sinds begin 2011 namelijk diverse andere webstandaarden - die ook nog volop in ontwikkeling zijn. Daaronder naast Canvas ook CSS3, SVG en WebGL.

Van eerstgenoemde komt in HTML 5.1 ook een update: Canvas 2D Level 2. Één van de verbetering die gepland zijn voor die update is een betere werking op schermen met een hoge tot zeer hoge resolutie. Het Canvas-element in webopmaaktaal HTML zorgt voor de weergave en gebruik van graphics op webpagina's.

Doel: 2016

Terwijl het vernieuwde Canvas tegelijk met HTML 5.1 wordt aangekondigd, loopt de ontwikkeltiming van die twee technologieën mogelijk toch uiteen. Het W3C uit namelijk de hoop dat het HTML 5.1 in 2016 kan afronden om het de status van officiële 'W3C Recommendation' te geven. Voor Canvas 2D Level 2 is echter nog geen datum gesteld.

De plannen voor HTML 5.1 lijken op dit moment ook wat concreter dan voor Canvas 2D Level 2. Het W3C heeft een redelijke lijst aan functies waar het aan werkt en die het in overweging heeft voor 5.1. Niet al die functies worden al genoemd in de nu vrijgegeven eerste draft, maar ze zijn wel in behandeling. Een W3C-woordvoerder geeft een opsomming aan Webwerelds Amerikaanse zustersite InfoWorld.com.

Functielijstje

Onder deze functies bevinden zich verbeteringen voor ondertiteling van video's, en snellere zoekmogelijkheden binnen video's. Daarnaast betere webformulieren, die dan bijvoorbeeld autocomplete en input modes bieden. Input modes geven user agents, zoals een browser, aanwijzingen over de gepaste mogelijkheden voor data-invoer zoals een bepaalde toetsenbordconfiguratie.

Video staat ook op het 'verlanglijstje' voor HTML 5.1. De hordes daarvoor zijn echter flink. En video is niet het enige struikelblok. Lees verder op pagina 2.

Verder krijgt HTML 5.1 mogelijk ingebouwde mogelijkheden voor spellingscontrole, krachtigere opties voor iFrames mede met het oog op het inbedden van documenten. Technieuwssite The H maakt ook gewag van uitbreidingen voor content-streaming die zich automatisch aanpast, bijvoorbeeld aan netwerkomstandigheden of aan het apparaat waarop een eindgebruiker een stream ontvangt.

Video en patenten

Een pijnlijke kwestie voor HTML 5 is nog steeds het gebrek aan een standaard videocodec. De W3C is er namelijk niet in geslaagd een geschikte codec te vinden die voldoet aan de eigen vereiste dat het royalty-vrij is. In juli 2009 is al een streep getrokken door de eerder geplande krachtige - en standaard ingebouwde - mogelijkheden voor het afspelen van audio en video.

Ook HTML 5 blijft met al zijn verbeterde mogelijkheden veroordeeld tot het gebruik van plug-ins voor webcontent zoals video. Het W3C heeft diverse codecs overwogen, waaronder H.264 en het door Google ontwikkelde VP8. Die laatste is volgens de maker royalty-vrij, terwijl H.264 onder de patentpool MPEG LA (MPEG Licensing Authority) valt en dus niet gratis valt te gebruiken. Diezelfde licentiegroep voor videoformaten heeft nog patentclaims gelegd op Google's VP8.

W3C-ceo Jeff Jaffe (voorheen cto bij Novell) zegt dat hij het liefst zou zien dat de MPEG LA zijn patenten met betrekking tot H.264 op een royalty-vrije basis ter beschikking stelt. Dat zou volgens hem het beste zijn. De patentgroep (met leden als Apple, Dolby, Fraunhofer, Microsoft, Samsung, Siemens en Sony) biedt H.264 alleen in enkele specifieke gevallen royalty-vrij aan.

Versus mobiele apps

Naast de lopende oorlog over videocodecs speelt nog altijd de concurrentie tegen de 'aloude tegenstander' van platformspecifieke software. Die zogeheten native code speelt nu een serieuze rol, niet alleen op traditionele pc's, maar ook op smartphones en tablets.

Code draaien in de browser betekent immers dat er een tussenlaag is. Dat kan prestatieniveau kosten, maar ook toegang tot diepere functies van het besturingssysteem schelen. In het geval van mobiele apparaten kan dit nadelige gevolgen hebben voor de gebruikerservaring, maar ook voor bijvoorbeeld de batterijduur.

Voorbeeld van iPhone 1 en Palm

Terwijl Apple voor zijn iPhone oorspronkelijk webapps voorspiegelde als de toekomst, heeft het later zijn besturingssysteem iOS opengesteld voor externe developers. En daarmee voor platfofmgebonden apps. Handcomputerpionier Palm hield voor zijn smartphonebesturingssysteem WebOS wel vast aan HTML-apps, maar daarmee heeft het geen succes geboekt. Microsoft kiest voor de Metro-apps van Windows 8 wel voor HTML, maar vult dat aan met andere, deels eigen, technologieën.

Volgens IDC-analist Al Hilwa blijven mobiele apparaten en mobiele applicaties een uitdaging voor HTML 5. "Native platformen blijven nog altijd de dominante platformen voor de meest complexe apps die profijt willen hebben van de nieuwste hardwaremogelijkheden of [voor apps] waarbij het prestatieniveau het voornaamste criterium is." Voor andere, gewonere apps zal HTML 5 wel flink terrein winnen, voorspelt de analist.