Deze week wordt over dit onderwerp in Londen de allereerste Cyberspace top gehouden. De 2-daagse top, georganiseerd door het Britse Ministerie van Buitenlandse Zaken, heeft voorlopig vooral de meningsverschillen blootgelegd.

Politieke leiders willen graag meepraten over regelgeving voor het web, terwijl maatschappelijke organisaties en bedrijven huiverig zijn voor overheidsbemoeienis. Jimmy Wales, oprichter Wikipedia, sprak daarover tijdens de conferentie duidelijke taal in zijn toespraak voor politici, wetenschappers en topmanagers: “Het beste wat overheden kunnen doen voor het internet, is zich er niet mee te bemoeien."

Cyberdreigingen

Politici en overheden worden steeds vaker geconfronteerd met de gevaren van het web, maar tegelijkertijd merken ze hoe weinig middelen ze hebben om in te grijpen. Vice-president van de VS Biden stond in zijn toespraak stil bij dreigingen van hacksyndicaten, cyberterroristen en on-line spionage door andere landen. Vitale, nationale infrastructuur is kwetsbaar voor aanvallen door hackers en legereenheden.

De Britten hebben de afgelopen weken gemeld steeds vaker doelwit van cyberaanvallen te zijn. Maar politici hebben op dit moment bijna geen middelen om hun bevolkingen daartegen te beschermen, terwijl dat wel hun kerntaak is.

Wat kan een Nederlandse minister bijvoorbeeld doen tegen een Russische hacker, die gevoelige bedrijfsgeheimen van een Nederlands bedrijf in Singapore wil stelen? Voor IT-professionals is dit geen nieuwe of bijzondere uitdaging, maar regeringsleiders worden bij hun werk beperkt door een wereldkaart met landsgrenzen. De eeuwenoude regels van de internationale politiek en het internationaal recht bieden hen geen grip op dit soort problemen. Politiek leiders zitten dus met de handen in het haar.

Internetverdrag of samenwerking bij regulering?

Politici zoeken naar nieuwe instrumenten en middelen om problemen op het web het hoofd te kunnen bieden. In zijn toespraak zei vice-president Biden dat een nieuw, alomvattend internationaal verdrag voor cybersecurity niet het juiste antwoord is op de uitdagingen van cyberspace.

De huidige regels van het internationaal recht volstaan volgens hem bij cyberdreigingen. De Europeanen lijken op dezelfde lijn te zitten. Minister Hague van Groot-Brittannië en de Nederlandse minister Rosenthal meldden respectievelijk in de openingstoespraak en tijdens een interview dat een internationaal verdrag voor cybersecurity voorlopig niet aan de orde is.

Rosenthal vertelde Webwereld: “De overheid moet zoveel mogelijk afblijven van het internet." In zijn speech voegde hij daar aan toe: “Ons uitgangspunt is zelf-regulering waar mogelijk. Wetgeving alleen als het echt nodig is." Daarom is het buzzword in Londen “the Multiple Stakeholders Model". Centraal idee daarachter is dat overheden niet zelfstandig regels voor het web moeten gaan opstellen en afdwingen, maar met bedrijven en burgerorganisaties in gesprek gaan.

Ook Rosenthal volgt die lijn. Maatschappelijk verantwoord ondernemen kan volgens hem een belangrijke bijdrage leveren aan een veilig en open internet. Daar hoort bij dat bedrijven verantwoord omgaan met aan hen toevertrouwde data, zonder dat de overheid top-down wetgeving oplegt over hoe bedrijven dat precies behoren te doen.

In zijn toespraak stond Rosenthal stil bij de zwakte van wettelijke oplossingen voor criminaliteit en andere problemen op het web. Wetgeving loopt volgens hem het risico snel achterop te lopen bij de snelle technologische ontwikkelingen op het internet.

Politici zoeken samenwerking

De voorlopige tussenstand van de Londense top is dat politici beseffen dat zij terughoudend moeten zijn in hun rol bij internetregulering. Burgers én bedrijven willen niet dat de overheid de macht grijpt op het web.

De top in Londen wil vooral niet het schrikbeeld versterken van censurerende en regulerende overheden die op het web hun aanwezigheid doen gelden. Sterker nog, het was juist minister Rosenthal die aankondigde op 9 december in Den Haag een topontmoeting te willen organiseren over internetvrijheid. Doel daarvan wordt vaststellen hoe landen en bedrijven die een vrij internet ondermijnen effectief kunnen worden aangepakt.

Politici en leiders uit het bedrijfsleven in Londen richten zich deze week nadrukkelijk op samenwerking met de wereldwijde webcommunity om samen de dreigingen van het internet aan te gaan. Eerste, voorzichtige stapjes naar basisprincipes voor publiek-private samenwerking met bijbehorende taakverdeling voor webregulering lijken daarom het hoogst haalbare tijdens deze top.

Hoewel het gesprek over internationale regels voor cyberspace net begonnen is, wordt de richting deze twee dagen bepaald. Uit het grote politiek gewicht dat om de tafel zit blijkt wel dat regeringen in de toekomst graag een woordje willen blijven meespreken over de regulering van het web.