De computerindustrie is enigszins teleurgesteld in de nieuwe voorstellen van het Witte Huis. "Ik denk niet dat ze ver genoeg zijn gegaan", aldus Rhett Dawson van de Information Technology Industry tegenover de Wall Street Journal. Volgens de voorstellen wordt de export van zware systemen naar 50 landen vereenvoudigd. De overheid zit hierbij in een lastig parket. Aan de ene kant moet de IT-industrie te vriend worden gehouden, daar deze verantwoordelijk is voor de enorme economische groei die de VS al tijden doormaken. Anderzijds willen de Amerikanen ook niet al te gemakkelijk hoogwaardige technologie aan landen als China prijsgeven. De regering gaat bij haar regelgeving uit van het aantal miljoenen theoretische operaties per seconde die een machine kan afhandelen, oftewel Mtops. Verder deelt Amerika buitenlandse mogendheden op in vier verschillende groepen. De eerste groep – Tier I – bestaat uit de West-Europese landen, Japan, Mexico en Canada. Voor deze landen bestaan geen restricties. Tier IV – met landen als Libië, Cuba en Irak – valt onder een totaal embargo. De nieuwe maatregelen betreffen de tweede en derde groep. De Mtop-limiet voor Tier II-landen wordt verhoogd van 20.000 Mtops tot 33.000 Mtops. Computers die onder deze grens presteren kunnen zonder probleem naar landen in Zuid- en Midden-Amerika, Afrika en Zuid-Korea worden geëxporteerd. Bij Tier III-landen tot slot wordt onderscheid gemaakt tussen militaire en burgerlijke afnemers. Boven de 20.000 Mtops (was 6.500 Mtops) is er voor militairen een licentie nodig, dit kan een half jaar duren. Burgers hebben boven de 20.000 (was tussen de 6.300 en 12.300 Mtops) goedkeuring nodig. Dit geldt voor landen als China, Pakistan, Rusland, Israël en Vietnam. Computermakers vrezen dat de overheid achter de feiten aanloopt, omdat de toename van de rekenkracht van computers veel sneller gaat dan de regels kunnen bijbenen.