“Journalistiek? Pretty much finished. Journalisten zijn totaal zonder energie, kranten zijn de weg kwijt, er is geen interesse meer bij het publiek. Over en uit", aldus de Brit op Dodebomen.nl, de site van Spits hoofdredacteur Bart Brouwers. Keen is de man die met zijn boek Cult Of The Amateur, How Today's Internet Is Killing Our Culture tegen het hedendaags internet aan schopte.

In het gesprek ziet hij alleen hoop voor journalisten als ze leren gebruik maken van de nieuwe wetten van het internet. "Er valt echt geen rechtstreeks geld te verdienen met internet. Maar je kunt het wel gebruiken om langs andere wegen inkomsten te genereren. Het bijhouden van een weblog stelt mij in staat om andere inkomstenbronnen op gang te krijgen.”

Het misverstand dat met internet geen geld verdiend kan worden, is doorgaans afkomstig van journalisten die bij reguliere kranten of traditionele media werken. En dan bedoelen ze bijvoorbeeld dat NRC handelsblad niet in zijn geheel door internet gefinancierd kan worden.

En daar hebben ze helemaal gelijk in. Een nieuwsorganisatie met een paar honderd man heeft op internet voor het Nederlands taalgebied geen bestaansrecht. Er is geen grote groep mensen die daar geld voor wil neertellen en de advertenties brengen ook onvoldoende op. Maar een titel als NRC, Volkskrant of Telegraaf zou je ook nooit op dezelfde manier beginnen als je nu van start zou gaan.

Ten eerste zijn de titels veel te breed. Waar een krant er voor kiest om in die ene uitgave het gehele spectrum aan nieuws aan bod te laten komen, is internet het medium van de niches. In plaats van breedte diepte. En dat er dan wel degelijk geld te verdienen valt, laten sites als Webwereld, iPhoneclub en Pocketinfo zien.

Sites met focus op een duidelijk onderwerp en doelgroep zijn interessant voor adverteerders, verkopers, sponsoren. Journalistieke organisaties moeten een groot aantal niches gaan verzorgen en op ieder van die gebieden de diepte ingaan.

Op de tweede plaats hebben de media lange tijd de luxe gekend om hun product met een groot team te maken. En hebben ze in vergelijking met de succesvolle internetvoorbeelden een lage productiviteit. Op internet moet alles 'lean and mean'. Waar NU.nl met slechts een paar redacteuren nog profiteert van de productie van persbureau's, is op andere plekken te zien hoe journalisten doorbuffelen.

Gonny van der Zwaag van de iPhoneclub heeft inmiddels 7.000 berichten voor de site geschreven. Bij Ron Smeets van Mobile Cowboys staat de teller op bijna 9.000. Internet kent een ander ritme en een andere regelmaat dan de klassieke journalistiek. De productie van journalistieke organisaties moet op internet omhoog, de personele bezetting omlaag.

Ten derde gaat internet over communicatie en conversatie. Zet de passie en deskundigheid van het publiek in bij wat je doet. Traditionele media hebben daar als klassieke zenders nog steeds moeite mee, voor pure internet media is dat de tweede natuur.

Vorm je titel om tot een verzameling communities waarvan de journalist de super user, de community manager, de spin in het web is die het publiek actief bij de site betrekt en profiteert van kennis en kunde van lezers en kijkers. Kijk naar bijvoorbeeld Techcrunch (alleen al 3,5 miljoen abonnees op de RSS-feed) en zie dat de journalisten daar zelf heel actief zijn in de discussies rondom artikelen.

Tot slot is het zo dat internet iedereen een stem heeft gegeven. Dat zorgt er voor dat de journalistiek steeds vaker overgeslagen wordt. Maxime Verhagen kan via Twitter rechtstreeks met zijn publiek communiceren. En ik raadpleeg steeds vaker blogs van de specialisten zelf die over hun vak schrijven zonder dat er een filter tussen zit.

Als de journalistiek op andere gebieden dan algemeen nieuws een rol wil blijven vervullen, zal ze de autoriteiten op thema's en onderwerpen aan het werk moeten hebben. Dan zijn mensen die alleen goed stukkies schrijven of van de regel van hoor en wederhoor weten onvoldoende.

Geld verdienen met internet, het kan. Ook met journalistiek. Met advertenties, met inkomsten van sponsoren, met afgeleide producten als white papers of boeken. En dat daar bovenop dan ook nog inkomsten kunnen komen uit workshops of lezingen zoals Andrew Keen bedoelt, is dan bonus. Want dat is niet iedereen gegeven.