De SOBI had KPN in juli 2001 via de rechter gevraagd om de jaarrekening van het boekjaar 2000 te vernietigen en te verbeteren omdat KPN onduidelijk is geweest over de waardering van de goodwill en de licenties hoofdzakelijk gerelateerd aan E-Plus en de verkoop van 15 procent van KPN Mobile aan NTT DoCoMo.

In juli 2004 oordeelde de Ondernemingskamer al dat KPN de jaarrekening van 2000 moest verbeteren en meer inzicht moest geven in de wijze waarop KPN in 2000 een aandeel in E-Plus van Bellsouth had overgenomen.

Na het oordeel van de Ondernemingskamer ging KPN in cassatie. Met het huidige besluit om het arrest van de Ondernemingskamer te vernietigen en de zaak terug te geven aan de Ondernemingskamer, volgt de Hoge Raad het advies dat de advocaat-generaal in oktober gaf.

De Hoge Raad echter wel mee punten mee waar de Ondernemingskamer in tweede termijn op moet letten. "Bij de beoordeling van de bezwaren van SOBI tegen de verwerking in de jaarrekening van de Bellsouth/E-Plus transactie heeft de Ondernemingskamer geen aandacht besteed aan de argumenten van KPN waarom KPN haar keuze van de wijze van waardering van de warrant en het conversierecht verantwoord was."

Ook zijn sommige punten in het arrest van de Ondernemingskamer onvoldoende gemotiveerd, zo meent de Hoge Raad.