Deze week stemt de Tweede Kamer over invoering van een landelijk elektronisch patiëntendossier (epd). In NRC Handelsblad stellen deskundigen onder wie Hans Kedzierski, bestuursvoorzitter van het Medisch Centrum Alkmaar, dat dit nu al verouderd is, "en dus niet klaar voor de toekomst".

'Bureaucratisch Schakelpunt'

Het huidige wetsvoorstel is gebaseerd op een ontwerp uit 2000 en de toenmalige 'arts- en patiëntsituatie'. Vandaag de dag zouden de meeste patiënten online toegang moeten krijgen tot hun integrale dossier van zorgverleners, zo betogen de zorgdeskundigen in NRC. Volgens hen wordt in het wetsvoorstel de gegevensuitwisseling tussen zorgverleners geregeld via een 'bureaucratisch Landelijk Schakelpunt', waarmee patiënten geen of slechts uiterst moeizaam elektronische toegang hebben tot hun medische dossiers.

Oplossing

De oplossing ligt in de door Google en Microsoft ontwikkelde epd-systemen, betoogde Kedzierski deze week op het Innovatie Congres van IBM in Rotterdam. Daarbij gaat het om Google Health en Microsofts Health Vault. "De technologie die Google en Microsoft bieden, organiseert beter en efficiënter dan wat de pogingen van de overheid om bureaucratisch centra aan elkaar te koppelen opleveren", aldus Kedzierski, geciteerd in Automatisering Gids.

Met een aantal collega's heeft Kedzierski het systeem van Google in de VS in de praktijk gezien. In Californië en Arizona zijn daar binnen enkele maanden acht miljoen patiëntendossiers beschikbaar gemaakt. Volgens Kedzierski moeten er wel voldoende waarborgen worden ingebouwd voor de bescherming van de privacy en de afscherming van de gegevens. In december organiseert Kedzierski met tien ziekenhuizen een congres waar zij hun verdere plannen zullen bekendmaken.

Paardentram

Afgelopen maand publiceerden twee adviseurs van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg al een artikel waarin zij gehakt maakten van het voorstel voor een digitaal patiëntendossier, dat zij vergeleken met een 'paardentram'. Dit leidde tot enige commotie. Een woordvoerster van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport noemde hun kritiek "klinkklare onzin".