Dat stelt de Britse ontwikkelingshulporganisatie CAFOD in het deze week gepubliceerde rapport 'Clean Up Your Computer' over de computerproductie in ontwikkelingslanden.

CAFOD zegt bewijs te hebben dat werknemers die in landen als Mexico, Thailand en China onderdelen voor pc's maken, hun werk onder barre omstandigheden moeten doen. Computerfabrikanten zoals Hewlett-Packard, Dell en IBM gebruiken onderdelen die in die landen worden geproduceerd.

Tatoeages

Veel pc-fabrikanten besteden de productie van computeronderdelen uit aan bedrijven in derdewereldlanden. De contracten bij deze onderaannemers zijn meestal kort. Op die manier kunnen zwangere vrouwen makkelijk worden weggestuurd.

Al bij de sollicitatie worden sommige werknemers gediscrimineerd, stelt CAFOD. Zo weigert een bedrijf dat werkt in opdracht van IBM, homo's, mensen met meer dan twee tatoeages, kinderen van advocaten, zwangere vrouwen en voormalige vakbondsmedewerkers aan te nemen.

Een vrouw die solliciteerde bij een Mexicaanse onderaannemer van Hewlett-Packard, werd onzedelijk betast en gedwongen om zich uit te kleden. Ook moest ze een zwangerschapstest ondergaan.

Chemicaliën

Het werk is vaak gevaarlijk. Tijdens het productieproces worden werknemers soms blootgesteld aan gevaarlijke chemicaliën, rook, metaalstof of lawaai. Arbeiders staan vaak elf uur aan de lopende band. Mensen die monitors moeten testen, maken even lange dagen achter flikkerende schermen.

De salarissen zijn laag. Zo verdienen sommige werknemers in het Chinese Dongguan maar 37 dollar (30 euro) per maand. Het wettelijk minimumloon (44 euro) kunnen ze alleen verdienen door veel over te werken: tot zestien uur per dag, zeven dagen per week.

CAFOD doet een beroep op de grote pc-producenten om de arbeidsomstandigheden bij hun onderaannemers te verbeteren. Via de site van CAFOD is het mogelijk om een e-card naar IBM te sturen.