Dit blijkt althans uit het jaarlijkse onderzoek van IBM en het tijdschrift The Economist. In het onderzoek werd bekeken in hoeverre consumenten en bedrijven in zestig landen internet gebruiken. Hieraan werd een cijfer gekoppeld tussen de nul en tien. Vorig jaar scoorde Zweden nog een 8,32, nu is dat opgelopen tot 8,67. De Verenigde Staten scoren nu een 8,43 en staan daarmee ongeveer gelijk met Nederland en Groot-Brittannië. Bij het onderzoek is onder meer gekeken naar het aantal internetaansluitingen, beschikbare software, helpdeskvoorzieningen, de status van internet en de mate waarin overheden online toegankelijk zijn. De verschillen tussen de eerste zestien landen in het onderzoek zijn niet groot, volgens Reuters. "Noordwest-Europa, Noord-Amerika en Australië liggen ongeveer op hetzelfde niveau", vertelt Peter Korsten van IBM. Opvallende afwezige in de toplijst zijn Frankrijk en Italië. Dat zijn voorbeelden van achterblijvers, meent Korsten. De laatste plaats werd ingenomen door Kazachstan met een waardering van 2,52.