Toen keek ze eens naar haar softwarelicenties, waarin nog steeds bijzonder moeilijk wordt gedaan over de opkomende virtuele desktopwereld. Hoofdschuddend schoof ze het desktopvirtualisatieproject aan de kant. “Dit wordt niks zo,” zei ze. “Het is echt nog niet klaar.”

Desktopvirtualisatie belooft een einde te maken aan de platformoorlogen. De technologie laat iemand switchen tussen verschillende besturingssystemen, die lokaal op dezelfde computer kunnen draaien, of gehost kunnen worden op een server op afstand en benaderd via het internet. Storingen en inconsequenties moeten echter nog steeds worden opgelost. Verder moet je ook rekening houden met verborgen infrastructuur- en ondersteuningskosten.

Maar het grootste obstakel op de weg naar virtualisatie (voor zowel de gehoste of lokale variant) is het ontrafelen van softwarelicentie-overeenkomsten die gewoonlijk één enkel besturingssysteem verbinden aan één enkele computer. Softwareleveranciers hebben nog niet uitgevogeld hoe ze hun zaken moeten aanpassen aan virtuele desktops.

Om lokale desktopvirtualisatie te laten werken zou Reynolds-Lair bijvoorbeeld twee licenties moeten aanschaffen voor Adobe Photoshop (één voor de Mac, en één voor de PC), en daarnaast twee licenties voor Adobe Illustrator. En dat voor elke computer in de labs van het Fashion Institute.

“Waarom sturen ze je twee rekeningen voor dezelfde software, alleen omdat je twee besturingssystemen hebt draaien,” zegt ze? “We kunnen onze studenten toch niet op de Mac alleen Photoshop en op de pc alleen Illustrator laten gebruiken? Dat zou te gek zijn.”

Softwarelicenties zit desktopvirtualisatie op twee fronten in de weg: de licenties van de besturingssystemen en de licenties van applicatiesoftware.

Microsoft heeft met zijn licenties voor het Windows besturingssysteem veel organisaties klemgezet die probeerden Windows op een legale manier binnen een desktopvirtualisatie-omgeving te gebruiken, zegt Forrester Research analist Natalie Lambert. Maar in januari heeft Microsoft zijn licenties plots opengesteld om met desktopvirtualisatiescenario’s om te gaan, voegt ze toe.

Tegenwoordig zijn de Windows licenties voor lokale desktopvirtualisatie redelijk eenvoudig. Bedrijven kunnen Microsoft's Software Assurance aanschaffen voor een premie van 29 procent bovenop hun huidige Windows licentiekosten. Hiermee kan software op maximaal vier virtuele machines gedraaid worden, bovenop een Windows hostbesturingssysteem op één enkele pc.

Windows licenties in een gehoste omgeving zijn helaas wat lastiger. Microsofts Vista Enterprise Centralized Desktop licentie maakt het bedrijven mogelijk Windows op een server te draaien. Maar de kosten zijn afhankelijk van het soort appartuur dat gebruikt wordt om een verbinding te maken met de virtuele Windows desktop, zoals computers die bedrijfsbezit zijn of computers die dat niet zijn.

Microsoft heeft ook scenario’s gecreëerd voor andere apparaten, maar dat wil niet zeggen dat het allemaal ineens simpel wordt, beweert Lambert. “Als je een werknemer bent die thuis een Mac heeft en je wilt de virtuele Windows-machine benaderen, dan mag dat zolang je thuis ook een Windows-machine hebt staan. Microsoft zegt in feite dat allerlei scenario’s mogelijk zijn, zolang je maar ergens een Windows-licentie hebt aangeschaft.”

Leveranciers lopen achter

Leveranciers van applicatiesoftware gooien ook roet in het eten. Reynolds-Lair zou graag willen dat de kosten voor softwarelicenties gebaseerd worden op het serienummer van de computer, in plaats van dat van het besturingssysteem. Op die manier zou één enkele Adobe Illustrator-licentie in rekening worden gebracht voor zowel Windows als het Mac OS X zolang die op één enkele machine draaien.

“Naarmate het dubbele besturingssysteem geperfectioneerd wordt en de problemen met softwarelicenties verder worden opgelost, zullen Macs een groter marktaandeel innemen,” zegt Reynolds-Lair. “We moeten het alleen eerst naadloos op elkaar laten aansluiten.”

Andere CIO’s zien het probleem niet met applicatietools. Dat komt doordat ze niet dezelfde applicaties zouden draaien onder zowel Windows als OS X. Veel organisaties doen juist aan desktopvirtualisatie omdat bepaalde applicaties niet op beide platforms beschikbaar zijn. Toch blijft staan dat er voorlopig zeker nog applicaties zullen blijven, zoals anti-virussoftware, die per besturingssysteem in rekening worden gebracht en dus twee keer zoveel kosten in een desktopvitualisatiesetup.

Maar hier lijkt verandering in te komen. “Leveranciers krijgen van hun klanten te horen dat ze er wat aan moeten doen,” zegt Lambert van Forrester. “Maar dat zal nog zo’n zes tot twaalf maanden duren.”

Bron: CIO.com Vertaling: Infoworld.nl Bron: Techworld