Dat blijkt uit een interne voorspelling van de Nederlandse Vereniging van Internetproviders (NLIP). De site Opentap.org heeft de voorspelling, die de NLIP alleen op papier beschikbaar stelde, online gezet.

In 2004 zullen de internetproviders volgens de NLIP 0,15 procent van hun abonnees moeten aftappen in opdracht van een opsporingdienst. Dat komt neer op 9.000 taps. In 2003 zal het aantal taps 4.500 bedragen. Op dit moment is het aantal internetters dat jaarlijks wordt afgetapt, nog op de vingers van een hand te tellen.

Het aantal aanvragen voor NAW-gegevens (naam, adres en woonplaats) door politie en justitie zal zo mogelijk nog sneller stijgen, verwacht de NLIP. In 2003 moeten de providers de gegevens van 90.000 gebruikers (1,5 procent) afstaan. In 2004 zal dat aantal volgens de voorspelling oplopen tot 300.000 (5 procent).

Realistisch

Volgens Hans Leemans, directeur van de Nederlandse Vereniging voor Internetproviders (NLIP), zijn de getallen weliswaar een 'aanname', maar gaat het wel om een 'realistische aanname'. "De overheid geeft geen enkel inzicht in wat we moeten verwachten. Daarom hebben we zelf maar geprobeerd een zo goed mogelijke schatting te maken." Ook Paul Wouters, die de gegevens op Opentap.org zette, denkt dat 'het best wel eens realiteit zou kunnen worden'.

Leemans zegt dat de NLIP zich bij de voorspelling heeft gebaseerd op de ontwikkeling van het aantal telefoontaps. "Je ziet dat het aantal telefoontaps jaarlijks met 300 tot 350 procent toeneemt. Sinds de IRT-affaire zijn andere opsporingsmethoden een stuk lastiger worden. Voor de politie zijn telefoontaps en in de toekomst internettaps daarom een aantrekkelijk alternatief."

"In 1998, het laatste jaar waarvoor cijfers bekend zijn, werden er al 10.000 telefoontaps uitgevoerd. Voor het aantal keer dat de politie de naam en adresgegevens van een abonnee opvraagt, kun je dat getal met een factor acht tot tien vermenigvuldigen. Als je die lijnen voor het aantal internettaps doortrekt, dan kom je uit op onze voorspelling."

Aftapverplichting

De voorspelling werd half mei ter beschikking gesteld aan de deelnemers van het Nationaal Aftap Overleg. De gegevens zijn nodig om inzicht te krijgen in de kosten die de aftapverplichting voor providers, die sinds 15 april geldt, met zich meebrengt.

Vanaf 15 april moeten de netwerken van de internetaanbieders aftapbaar zijn. Providers moeten al het internetverkeer van een abonnee kunnen volgen, als het Openbaar Ministerie daar om vraagt.

Hoewel op dit moment nog geen enkele Nederlandse provider aan die eis kan voldoen, is de verwachting dat dat vanaf begin volgend jaar wel het geval zal zijn. Dan zal een nieuwe, door de NLIP opgezette organisatie actief zijn die een belangrijk deel van de aftapverantwoordelijk van de individuele providers overneemt.

Providers die zich bij de door de NLIP opgezette organisatie aansluiten, zullen jaarlijks ongeveer 10 eurocent per abonnee kwijt zijn. De extra kosten per tap worden vervolgens door de overheid vergoed.