Dat schoot me door mijn hoofd toen ik tegenover twee rechercheurs zat. Hoe gek is dit? Twee rechercheurs met specialisatie in fraude zijn al zes maanden belast met het jagen op een journalist.

Doel is het bewijzen wat ik in de media ontelbare malen heb gezegd: dat mijn onderzoek uitwijst dat de backoffice van het bedrijf achter de OV-chipkaart, Trans Link Systems (TLS), faalt. Wie fraudeert valt niet te stoppen. En ja, dat heb ik geprobeerd.

De opsporing kan niet moeilijk zijn, want ik heb voor sommige camera's in bussen zelfs gezwaaid naar de mensen die onderzoek doen. Terecht want dat hoort niet ter discussie te staan. Het niet werken van opsporing. En wat TLS naar de kamer schreef over het beginnen van de fraude op 12 januari heb ik altijd bestreden: dat begon eerder. Precies het punt waar het om draait. De kaart is lek, de fraudedetectie functioneert onvoldoende en kaarten worden dus niet geblokkeerd. Om een geblokkeerde kaart te krijgen ben ik steeds extremer gaan doen. Dat ze iets ontdekken is niet bijzonder, maar bijzonder is dat het zo laat gebeurde.

Voor het begin eventjes de puntjes op de i zetten: "U bent niet tot antwoorden verplicht." "Anything you say can and will be used against you", denk ik er zelf bij. Precies dat 'anything you say' is de crux van vrije meningsuiting. Ik moet kunnen zeggen wat ik wil zonder bang te zijn. Ik merk dat ik boos word.

Waarom moet ik als journalist bang zijn om mijn werk te doen? Opnieuw hindert TLS mij actief in mijn beroepsuitoefening. Vorige keer deinsde het bedrijf er niet voor terug om het advocatenkantoor in te schakelen dat ook een opdrachtgever bedient. Dat is verboden, maar gebeurde toch.

Eindeloos dossier

Maar goed, nu wordt dat trucje strafrechtelijk nog geverifieerd. Beetje maf, want ter discussie staat het reizen niet. Dus staat ter discussie: is het met een journalistiek doel gebeurd. Samen met mijn advocaat zien we die bui hangen dus dien ik een lange verklaring in van 13 pagina's met alleen de hoofdlijnen van het OV-chipkaartdossier. Een enorme berg reguliere verslaggeving, scoops, kamervragen, spoeddebatten, gevoerde bestuursrechtelijke procedures, Wob-verzoeken, enzovoort.

Na vier jaar heb je veel bloot gelegd. Een salvo van vragen wordt op mij afgevuurd: scherp gesteld, direct, respectvol en vooral correct. Een geste van het Openbaar Ministerie is dat mijn advocaat welkom was bij het verhoor. Dus kun je ook beter meewerken en sta je er niet heel alleen voor.

Benauwd

Aan het begin moest de GSM uit en dus is er ook geen internet, geen Twitter, geen Whatsapp en geen communicatie met de buitenwereld. Hoelang zoiets duurt is niet te voorspellen. Maar het werd vier uur en iedere keer de angst: volgt hierop aanhouding ook al is gehint dat dat niet gaat gebeuren. Maar uitsluiten kun je het niet.

Die angst wordt nieuw leven ingeblazen, omdat we waren binnengekomen met één verdenking, namelijk het manipuleren van een waardekaart. Heel rustig - alsof het de normaalste zaak van de wereld is - voegen de rechercheurs daar twee verdenkingen bij: computervredebreuk en het voor handen hebben van materialen om een waardekaart te manipuleren. Surprise! Dus wat volgt nu nog?

Al dagen loop ik met een benauwd gevoel. Want ik mag niet zomaar iets zeggen dat mij verder in de problemen brengt en eigenlijk kan ik mijn werk niet goed doen. De dreiging van een OM en het gevoel dat ik zomaar weken weg kan zijn in een nare cel maken mij bang. De mannelijke rechercheur loopt vaak weg, belt, kijkt serieus bij binnenkomst en zegt dan niets.

Heet

Gedurende het gesprek vloeit de koffie rijkelijk en wordt het in het kamertje warmer en warmer. Mijn advocaat stroopt haar mouwen op. Ook de rechercheurs zijn niet happy met de hitte.

De verklaring vordert langzaam. Beetje bij beetje wordt het verhaal op papier gezet. Vaak is de samenvatting te kort door de bocht en moet hij worden uitgebreid. De agenten doen dat netjes en zonder te klagen. Als we klaar zijn en ik vraag of ik eventjes de deur mag openhouden voor de temperatuur knikt een rechercheur.

Langzaam wordt duidelijk dat ik inderdaad na ondertekening kan vertrekken. Zeker als de GSM aan mag. Vier uur zweet, buikpijn en er gebeurt niets. Ik twitter een kort berichtje en de rechercheur ziet dat. Ik vertel wat ik schrijf en ze glimlachen wat. Ik merk dat ik erg emotioneel word. Vier uur lang doorgezaagd worden met allerlei zwaarden boven je hoofd. En dat voor het doen van je werk als climax van vier jaar onderzoek.

Steun

Andere journalisten die met mij hetzelfde hebben aangetoond worden niet gevolgd, hebben geen hoge kosten en zouden anders een werkgever achter zich hebben. Ik voel me even heel alleen. Al snel wordt duidelijk dat ik dat te somber zie: Webwereld, NU.nl, PC-Active en GeenStijl scharen zich ondubbelzinnig achter mij en ik blijk honderden tweets te hebben gehad. Mensen die ook in de rats zitten, zich druk maken en laten merken dat het ook hen raakt. Ook Kamerleden, Europarlementariërs en zelfs politici daar buiten laten dat merken.

Een beetje stuiterend loop ik naar buiten met mijn advocate. Zij is heel tevreden en vindt het onderwerp merkbaar interessant. Buiten wacht Niels Damstra, een cameraman, op me om een filmpje te maken. De telefoon gaat diverse malen. Vrienden, familie en natuurlijk de vermaledijde journalisten. “Is het systeem nu wel veilig", vraagt er een. “Wat denk je zelf?"

Rommelen met kaarten was nodig om een grove misstand aan te tonen: dat na miljardeninvestering niet alleen het doel niet is gehaald (geen zwartrijden meer en meer sociale veiligheid) en dat niet alleen de kaart maar ook de centrale systemen het laten afweten. We hebben het hier over de duurste ICT-fail van de overheid in de Nederlandse geschiedenis.

Dat moet onderzocht worden en dat moet worden blootgelegd. Journalisten hebben al voorgesteld onderzoekjes te starten. Dat gaat ook gebeuren, maar ik moet eventjes iets voorzichtiger zijn. Want ik mag dan wel vrij zijn: Big Brother kijkt eventjes met mij mee of ik niet te ver ga in verslaggeving. Daar krijg ik wel koude rillingen van, ondanks de hitte...