Het aantal internettaps door de Nederlandse opsporingsdiensten groeit explosief. In 2012 heeft politie en Justitie in totaal 16.676 IP-taps uitgevoerd, tegen 3.331 taps in 2011. Dat meldt het ministerie van Justitie in een rapportage aan de Tweede Kamer.

Dubbele tap op smartphone

Bij een internettap wordt voor een bepaalde periode ál het internetverkeer vanaf een computer of mobiel doorgesluisd naar de politie. Het levert vaak heel weinig op, enerzijds doordat veel data, zoals VoIP-verkeer, versleuteld is, en anderzijds door de vloedgolf van niet-relevante data.

De enorme stijging, door Justitie zelf opvallend genoemd, valt volgens het departement te verklaren door de opkomst van smartphones. "Hierbij moet worden opgemerkt dat voor een tap op een smartphone er (technisch gezien) twee worden geteld: één op spraak en één op het datakanaal."

Misleidende en kwalijke verklaring

Justitie suggereert hier dat er bij smartphones altijd op deze twee kanalen wordt getapt, maar dat is technisch en juridisch onjuist. De inzet van een internettap gebeurt juist vaak naar aanleiding van informatie verkregen door een eerdere inzet van een telefoontap, blijkt uit onderzoek van het WODC.

"De geïnterviewden geven aan tot inzet van een internettap over te gaan als blijkt dat een ‘gewone’ telefoontap op een smartphone te weinig oplevert en men het gevoel heeft een deel van de communicatie te missen."

De suggestieve uitleg van Justitie is dan ook "misleidend en zeer kwalijk", concludeert Rejo Zenger van Bits Of Freedom (BoF).

Ook meer telefoontaps en datavorderingen

Ook het aantal telefoontaps, waar Nederland al jarenlang kampioen is, is afgelopen jaar met drie procent gestegen van naar 25.487. Daarnaast is ook het aantal vorderingen gegevensverstrekking met ruim 10% gestegen van 49.695 naar 56.825. "Historische verkeersgegevens", die moeten worden bewaard onder de wet dataretentie, zijn hierbij de grootste categorie, maar exacte cijfers daarover ontbreken.

En dat is precies het probleem met deze rapportage. De cijfers zijn niet uitgesplitst en geven eigenlijk geen goed beeld hoe het in de praktijk er aan toegaat met taps en datavorderingen, constateert Zenger van BoF. “Bij gegevensverstrekking zitten ook vorderingen naar bijvoorbeeld Google en sociale media. Maar hoeveel en wat er precies wordt gevorderd wordt niet duidelijk.” Dat weigert Justitie bekend te maken.

Onvolledig inzicht

Ook wordt uit de cijfers niet duidelijk hoe vaak een tapverzoek of dataverzoek wordt geweigerd of aangepast. Uit eerder onderzoek van onder meer het CBP blijkt dat er namelijk veel mis gaat bij bevragingen en vorderingen.

Daarnaast ontbreken cijfers van de geheime diensten AIVD en MIVD, die geheim blijven. Dat is gezien het recente nieuws over de sleepnettaps van de NSA niet wenselijk dat dit onder de pet blijft, vindt Zenger. “Kortom, er moeten veel meer details op tafel komen om echt inzicht te krijgen.”

Het Ministerie van Justitie was niet bereikbaar voor commentaar.