De minister schrijft dat in een brief aan de Tweede Kamer, waarin hij de voortgang bespreekt over de aanpak van kinderpornografie. De 'ontsleutelplicht' is al enige tijd bron van onderzoek, zeker na de gebeurtenissen rond de omvangrijke Amsterdamse kinderpornozaak.

In 2010 vond de minister het voorstel van het CDA om verdachten te verplichten toegang te geven tot versleutelde bestanden nog maar zo-zo, omdat dat in strijd zou zijn met het strafrechtbeginsel dat verdachten niet hoeven mee te werken aan de eigen veroordeling. Ook Jet Hoogendijk, hoofdofficier van justitie in Amsterdam, vond in 2011 dat het het versleutelen strafbaar moest worden gesteld. “Mensen moeten dan hun wachtwoord geven in bepaalde gevallen."

Uitkomsten onderzoek biedt mogelijkheden

De minister kondigde 10 maanden geleden aan alsnog een onderzoek te doen naar het verplichting van onder anderen verdachten in kinderpornozaken om mee te werken bij het toegankelijk maken van gegevens op hun computer als die zijn versleuteld. Uit dat onderzoek komt volgens de minister nu naar voren dat deze ontsleutelplicht “wel verenigbaar is met het nemo tenetur-beginsel". Dat beginsel gaat er vanuit dat een verdachte niet actief hoeft mee te werken aan de eigen veroordeling.

De minister zet wel wat kanttekeningen bij zo'n wetswijziging. Het moet “met voldoende waarborgen worden omkleed", zoals proportionaliteit. Dat houdt in dat het publieke belang van een dergelijke 'medewerking' van de verdachte groot genoeg moet zijn om diezelfde verdachte daartoe te kunnen dwingen. Ook moet worden gekeken naar de rol van het te verkrijgen bewijs. Hoe groter de belangen, des te meer waarborgen voor rechtsbescherming, zegt de minister.

Komende maanden kijken naar nieuwe wet

Opstelten wil in de komende maanden bekijken welke concrete mogelijkheden er zijn om de uitkomsten van het onderzoek te vertalen naar beleid en wetgeving. Hij staat positief tegenover het in de wet regelen van de ontsleutelplicht. “Wel zal een ontsleutelplicht op zichzelf staan niet altijd de ultieme oplossing zijn", voegt hij eraan toe. Hij wil die plicht verder koppelen aan andere maatregelen in een brief over de wetgeving op het gebied van cybercrime, die hij toezegt op korte termijn aan de Tweede Kamer te sturen.