Dat zegt onderzoeksbureau Faber Organisatievernieuwing, dat in opdracht van de ministeries van Economische Zaken en Veiligheid en Justitie een studie naar internetcriminaliteit heeft gedaan. De resultaten van de studie worden vandaag bekend gemaakt, maar De Volkskrant berichtte er al vanochtend over.

Volgens de onderzoekers moet duidelijk worden gedefinieerd wat verdacht internetgedrag is en welke maatregelen er mogelijk moeten worden genomen. Daarbij wordt wel opgemerkt dat dergelijke maatregelen “zullen schuren met de privacywetgeving”, zegt onderzoeker Wynsen Faber tegen De Volkskrant.

Betere internationale samenwerking

De onderzoekers vinden dat er veel beter internationaal moet worden samengewerkt om internetcriminaliteit effectiever te kunnen bestrijden. In die samenwerking zouden niet alleen de diverse politiediensten onderling informatie uitwisselen, maar ook internetproviders, banken, geldtransferkantoren en domeinnaamverstrekkers, zegt Faber tegen de NOS (audio).

Het zou nog veel te makkelijk zijn voor criminelen om in het buitenland een domeinnaam te registreren met daarin verwerkt de naam van een bank, Op het moment dat zoiets gebeurt, zouden alle alarmbellen moeten gaan rinkelen, vinden de onderzoekers.

Aanpak kinderporno

In de aanpak van kinderporno adviseert Faber pedofielen en makers van volwassen pornofilms in de gaten te houden, omdat de kans groter is dat zij zich tevens met kinderporno inlaten. “Het gaat er dan om gegevens zo samen te brengen dat de privacy niet wordt geschonden”, zegt Faber tegen de krant.

In Nederland kan een downloader van kinderporno wel worden vervolgd, maar omdat de distributeurs en de makers ervan zich vaak in het buitenland ophouden, blijven die vaak ongemoeid. Faber zegt dat daardoor effectieve bestrijding niet mogelijk is, terwijl daarvan de noodzaak groeit.