Op dit moment is het overzichtelijk. Als de politie het internetverkeer van een verdachte wil volgen, komen de opsporingsautoriteiten een door het Nationaal Forensisch Instituut ontwikkelde 'zwarte doos' bij de provider installeren. Er is maar één zo'n zwarte doos in Nederland, en dus zijn de mogelijkheden om internetters te volgen beperkt. Officiële cijfers over het aantal internettaps zijn er niet. Maar volgens Hans Leemans, directeur van de Nederlandse Vereniging voor Internetproviders ( NLIP), gaat het op dit moment om 'enkele gevallen per jaar'. Maar daar komt verandering in, zo verwacht Leemans. Op 15 april liep het uitstel af dat de internetproviders hadden gekregen om te voldoen aan de in 1998 ingevoerde aftapverplichting. Vanaf die datum moeten de netwerken van de internetaanbieders aftapbaar zijn. Providers moeten het internetverkeer van een abonnee kunnen volgen, als het Openbaar Ministerie daar om vraagt. Hoewel op dit moment nog geen enkele Nederlandse provider aan die eis kan voldoen, is de verwachting dat dat vanaf begin volgend jaar wel het geval zal zijn. Dan zal een nieuwe, door de NLIP opgezette organisatie actief zijn die een belangrijk deel van de aftapverantwoordelijk van de individuele providers overneemt. Dan kan het aftappen echt beginnen. En als het zover is, zal het aantal aftapbevelen meteen stijgen, zo verwacht Leemans. Hoeveel justitie gebruik zal gaan maken van de nieuwe mogelijkheid is nog onduidelijk. Hans Leemans: "De overheid is lange tijd vaag gebleven over de specificaties waaraan de aftapapparatuur moet voldoen. Ook op de vraag hoeveel taps we zouden moeten verwachten, is nooit een antwoord gekomen. Dat is blijkbaar staatsgeheim." "Onze verwachting is dat het aantal tapbevelen zal toenemen", aldus Leemans. "Er ligt natuurlijk nog een stuwmeer aan tapverzoeken te wachten." Ook Maurice Wessling van de privacyorganisatie Bits of Freedom verwacht dat het aantal tapbevelen 'explosief' zal toenemen. "Het ligt voor de hand dat het aantal taps zal toenemen, zo snel dat technisch mogelijk is. We hebben in Nederland natuurlijk een lange historie van veel aftappen. Tussen 1994 en 1998 is het aantal telefoontaps gestegen van 3.000 naar 10.000." Wessling: "Bij het aftappen van het internetverkeer loopt Nederland voorop in Europa. Voor de politie is het aftappen van internet interessant, omdat het vrij eenvoudig is om internetverkeer te analyseren. Bij telefoontaps moeten de gesprekken eerst nog helemaal worden uitgeschreven." Daarnaast is er bij internettaps geen plafond voor het maximum aantal taps vastgelegd. Bij telefoontaps is dat wel het geval: bij analoge telefonie mag 1 op de 10.000 telefoons afgetapt worden, bij GSM gaat het om 15 op de 10.000 telefoons. Wessling vreest dat de zorgvuldigheid bij het plaatsen van taps in gedrang komt. "De taps moeten worden getoetst door een rechter-commissaris. Bij de telefoontaps kun je je al afvragen of er bij zulke aantallen tapaanvragen nog wel sprake is van zorgvuldige toetsing. Datzelfde gevaar dreigt nu bij het tappen van internetverkeer."