Ik bouw liever zelf een site waar ik zelf het beleid van bepaal, dan dat ik gratis iets bij elkaar klik op een massamedium als Facebook of Myspace - om de rest van mijn leven op en neer wapperende privacysettings en halfgewenste contacten te bewaken. Hoeveel mij bekende mensen er ook in een groep gebruikers zitten, ik zie ze eigenlijk alleen als medeklanten.

Het komt op mij wezensvreemd over als mensen discussiëren over welke dotcom ze het liefst hun online identiteit voorgoed toevertrouwen. Als we dan toch teruggebracht moeten worden tot een enkele URL 'to rule them all', dan is dat niet een login op een chatsite of een gratis mailaccount.

Net als dat je je zakelijke post van de belastingdienst niet in het café of bij de snackbar laat bezorgen - zelfs al zit je daar heel vaak. Neem een eigen domeinnaam, voor een paar euro per jaar heb je je hele leven meer dan genoeg online identiteit - en wel van het onvervreemdbare type. En je kunt je sociale media dan gewoon vervangen door echte media.

Aangeven bij de LinkedIn-politie

Hoewel ik redelijk sociaal ben, lever ik mezelf niet graag over aan groepen. Hoe anderen omgaan met hun lichaam, privacy, relaties of geld is voor mij niet meer dan inspiratie bij mijn eigen beslissingen daaromtrent. Als iedereen zijn hele adresboekje en iedere nieuwe ontmoeting aangeeft bij de LinkedIn-politie, en nog meent de slachtoffers er een plezier mee te doen ook, zit mijn vinger spontaan boven het opt-out-vinkje.

Als weldenkende mensen de publicitaire prikklok van Twitter aanzetten, of zich inchecken bij een sociale geo-dienst, positioneer ik me strategisch elders. Als ik een onbekend stuk software van een stel cowboys moet installeren om 'gratis' bereikbaar te zijn, ben ik liever niet te skypen. En als een mobiele telefoonleverancier of een uitgever weigert om mij naar zijn diensten te laten kijken zolang ik me niet bij hem identificeer, dan mag die leverancier zijn app store of zijn unieke content bewaren in het lichaam buiten direct zonlicht.

Waarom zo moeilijk doen?

Ik weet ook dat mensen zich afvragen waarom ik zo moeilijk doe, maar het is nu eenmaal ingebakken in mijn systeem. Terwijl tijdens mijn studie medestudenten met hun broek op de enkels en hun hoofd gedrenkt in een urinoir zielsgelukkig in slaap vielen, of hun maaltijd onsuccesvol herkauwden over een biljarttafel of matras, lag het mij meer om te observeren en waar mogelijk te helpen.

Dat was geen moreel hoogstaand denken mijnerzijds, maar meer een praktisch gevolg van groepsdwangarmoede en een uitermate slecht ontwikkelde band met alcoholische versnaperingen in combinatie met het vanzelfsprekende verantwoordelijkheidsbesef van de enige nuchtere in het gezelschap.

Ik de-automatiseer dingen zelfs bewust, om maar niet teveel in een mentale autopiloot getrokken te worden. Iedere webpagina die ik bezoek, moet van mij handmatig toestemming krijgen om lokaal informatie op te slaan (cookies) of een stukje software uit te voeren. Ik routeer om de landenkeuze van de zoekmachine heen. Ik zie de wereld het liefst door de ogen van een onbekende wereldburger die zijn eerste klik op het web maakt.

Tegen oogkleppen

Omgekeerd draait er software op mijn computer die de hele dag niets anders doet dan andersmans webgedrag door elkaar te husselen en nog een keer af te spelen - om niet door algoritmes van buitenaf alsnog oogkleppen opgezet te krijgen. Hoewel adverteerders en hun toeleveranciers veel moeite nemen om mijn online webgeschiedenis te analyseren om vanuit de doelgroepgedachte nóg relevantere producten en diensten aan te bieden, hoor ik daar gewoonweg liever niet bij. En dat is misschien niet zo gezellig, maar het is nu eenmaal zo.