Dat schrijft The New York Times, die zich daarbij beroept op anonieme bronnen binnen de Amerikaanse overheid. Uit het berichtenverkeer zou blijken dat de aanhangers van Al-Qaeda van zins zijn om zich te hergroeperen in afgelegen gebieden in Pakistan, bij de Afghaanse grens. Volgens hooggeplaatste Amerikaanse terrorismebestrijders zouden de leden van de terroristische organisatie in hoge mate afhankelijk zijn van communicatie via internet. Zij zouden hun e-mail regelmatig ophalen in openbare gelegenheden, zoals op vliegvelden en in internetcafés. Daardoor is het moeilijk om de berichten te achterhalen. Een deel van het internetverkeer kon desalniettemin worden herleid tot enkele dorpen in de Pakistaanse provincie Baluchistan, een verlaten gebied langs de Afghaanse grens waar de Pakistaanse overheid weinig te vertellen heeft. In het onderschepte internetverkeer zijn tot nu toe geen aanwijzingen aangetroffen dat Al-Qaeda zich op zou maken voor nieuwe aanslagen. Ook zijn er vooralsnog geen berichten van Osama bin Laden of andere hooggeplaatste leden van Al-Qaeda aangetroffen. De terroristen die verantwoordelijk waren voor de aanslag op het World Trade Center hielden contact met elkaar via e-mail, zo stelden onderzoekers na 11 september vast. De kapers zouden honderden mailtjes hebben uitgewisseld, vaak vanuit kopieerwinkels en bibliotheken.