De onderzoekers van de Technische Universiteit Delft schrijven in een nieuw rapport dat het gebruik van filesharingdiensten zo snel toeneemt dat de huidige handhaving van auteursrecht op de schop zal moeten. "Een hervorming van de auteurswetten is overduidelijk nodig", stellen ze.

Een wetenschappelijk artikel over dit onderzoek verscheen onlangs in het internationale vaktijdschrift Telecommunications Policy. Het rapport werd afgelopen weekend ook online gepubliceerd door de auteurs (PDF-bestand). Een van de auteurs is Johan Pouwelse, die het universitaire team achter de p2p-software Tribler leidt.

Tien jaar p2p

De onderzoekers analyseerden het gebruik van filesharing van 1999 tot 2009. Daarnaast hebben ze ook de sociale activiteiten van gebruikers van vriendensite Facebook en videosite YouTube gemeten. Hiervoor zijn onder meer vijf miljoen gebruikerspagina's op YouTube geïndexeerd door het universiteitsteam.

Nieuwe publicatievormen als YouTube en Facebook worden volgens Pouwelse en co straks zo populair en geavanceerd dat ze het bestaande systeem van het geld verdienen aan 'content' aan het wankelen kunnen krijgen.

Uit de analyses blijkt dat 40 procent van alle gebruikers op het p2p-netwerk van KaZaA in 2003 vrijwel niets uploadden en nog eens een kwart droeg de helft minder bij dan wat ze downloadde. Het aandeel uploaders in p2p-diensten die daarna opkwamen gaat steeds omhoog. Ook gaan internetters steeds vaker bestanden delen met alleen hun vrienden. Op YouTube en Facebook is volgens de onderzoekers al te zien dat dit leidt tot enerzijds meer gedeeld materiaal en anderzijds betere mechanismen om alle aangeboden bestanden te filteren.

Darknets van vrienden

Ook filesharingnetwerken gaan steeds meer gebruikmaken van deze systemen voor het delen met vrienden en het filteren op basis van sociale voorkeuren. De p2p-netwerken worden ook steeds veiliger als ze uitgaan van down- en uploaden tussen vrienden, denken de onderzoekers.

Dit leidt tot de opmars van 'schaduwnetwerken', de zogeheten 'darknets', die de identiteit van mensen die bestanden met elkaar delen verhullen voor buitenstaanders. De deelnemers zelf kunnen alleen zien met wie ze te maken hebben. De entertainmentindustrie kan op deze nieuwe stroming binnen filesharing geen grip meer krijgen.

Freenet was vanaf 2000 een van de eerste van dit soort darknets, maar het was traag en onhandig voor gewone gebruikers. Maar dez schaduwnetwerken kunnen volgens de wetenschappers straks net zo goed presteren als de huidige p2p-netwerken.

Handhaving moet anders

Pouwelse en zijn team denken dat dit fenomeen de komende twee jaar snel in populariteit zal groeien. Dat leidt tot hun conclusie dat de huidige handhaving van intellectueel eigendom rond 2010 niet langer zal voldoen. Daardoor achten zij voorzetting van rechtszaken tegen p2p-gebruikers en mogelijk blokkeren van p2p-verkeer door internetproviders niet verstandig. De manieren om p2p tegen te gaan 'belemmeren de innovatie' en 'vergroten de kloof tussen de juridische en de gebruikersperspectieven'.

De komende jaren heeft  de entertainmentindustrie volgens de onderzoekers de keuze ofwel door te gaan met het beschermen van falende bedrijfsmodellen via juridische acties ofwel het legaliseren van bestaande praktijken en het decriminaliseren van miljoenen internetgebruikers. "De ontwikkelingen op p2p-gebied tonen aan dat de overgang naar het tweede model nodig is. Daarnaast moeten duurzame online businessmodellen worden onderzocht."

Tribler en p2p-tv

Johan Pouwelse van de TU Delft leidt ook een groot onderzoeksproject naar filesharing waarvoor onder meer het aangepaste Bittorrent-programma Tribler is ontwikkeld. Tribler stelt gebruikers onder meer in staat automatische aanbevelingen te krijgen van bestanden die door 'vrienden' worden aangeboden.

Het team van de TU Delft is ook een van de belangrijkste deelnemers aan het P2P Next-project dat met steun van de Europese Unie bouwt aan nieuwe manieren voor het streamen van televisie via peer-to-peer-netwerken.