Hoewel het W3C (World Wide Web Consortium) de laatste jaren aan autoriteit heeft ingeboet, is de steun voor P3P van groot belang. Het W3C is dé webstandaardenorganisatie, die eerder technologieën als html, xml en http tot standaard verhief. P3P (een afkorting voor Platform for Privacy Preferences) helpt internetters bij het begrijpen van het privacybeleid van een bepaalde site. P3P is daarmee vergelijkbaar met de informatie over de voedingswaarde op een product. Gebruikers vertellen de aan de internetbrowser gekoppelde P3P-software wat ze wel en niet willen toestaan: welke gegevens mogen verzameld worden en welke niet. Als een bezochte site niet aan de door de gebruiker gewenste privacystandaard voldoet, geeft de software een waarschuwing. Het W3C is ingenomen met de nieuwe standaard. "Dat het web nu een standaardtaal heeft voor het beschrijven van het privacybeleid zal een nieuw niveau van transparantie mogelijk maken voor interacties via het web", jubelt Daniel Weitzner van het W3C in een persbericht.

Kritiek

Maar niet iedereen is te spreken over de voorgestelde P3P-standaard, zo meldt Newsbytes. De digitale-burgerrechtenorganisatie Electronic Privacy Information Center ( EPIC) vindt bijvoorbeeld dat de standaard niet ver genoeg gaat en de gebruikers een vals gevoel van veiligheid geeft. Daarnaast vreest het EPIC dat de acceptatie van de P3P-standaard ertoe zal leiden dat het Amerikaanse Congres de aandacht voor online consumentenbescherming zal laten versloffen. In het rapport 'Pretty Poor Privacy' uit juni 2000 kraakte het EPIC al enkele kritische noten over P3P. "Het is een complex en verwarrend protocol dat het internetters alleen maar moeilijker zal maken om hun privacy te beschermen."

DoubleClick

P3P is ontwikkeld door enkele bedrijven en privacygroepen. Privacy-watchers zullen met name verbaasd zijn over de betrokkenheid van advertentiebureau DoubleClick. Dat bedrijf heeft een slechte naam als het gaat om de bescherming van persoonsgegevens van internetters. Daarnaast waren onder meer America Online, IBM, Hewlett-Packard, Microsoft, PrivacyBank, de Universiteit van Californië en het Center for Democracy and Technology betrokken bij de ontwikkeling van P3P.