Het is koud wanneer twee mannen op een maandagochtend eind januari de juwelier in het Gelderse Dieren overvallen. Ze bedreigen de juwelier met een vuurwapen en halen een aantal vitrines leeg. Met twee tassen gevuld met juwelen rennen ze de winkel uit en proberen hun vluchtscooter te starten. Na dertig seconden geven ze het op en vluchten te voet de wijk in. Tot dan is er sprake van een min of meer 'gewone' overval, maar dat verandert zodra het eerste bericht op Twitter verschijnt.

#OvervalDieren

Op het hoofdkantoor in Arnhem hoort politiewoordvoerder Paul Koetsier de melding over de politieradio binnenkomen. Hij heeft een idee en belt direct met het speciale overvalteam. Het team geeft hem toestemming om informatie op Twitter te plaatsen en vijf minuten na de overval worden de eerste tweets verstuurd. In de tien minuten daarop volgen nog eens drie tot vier berichten met de hashtag 'OvervalDieren'. Eén daarvan is een signalement, de andere tweets zijn updates waar de verdachten het laatst gezien zijn. Op Twitter ontstaat een heuse klopjacht op de verdachten. De aanpak blijkt succesvol, nog geen uur na de overval wordt een 18-jarige Amsterdammer gearresteerd met een deel van de buit en het vuurwapen op zak.

Politievoorlichter Paul Koetsier verstuurde de tweets, maar wil de aanhouding niet geheel toeschrijven aan het gebruik van Twitter. Toch zegt hij dat het wel heeft bijgedragen. Hij lijkt aangenaam verrast door het resultaat. "Toen we hoorden van de eerste aanhouding gaven we elkaar op kantoor wel een high five", aldus Koetsier.

Belangrijker dan televisie

Het is niet de eerste keer dat Twitter is gebruikt bij opsporing. Vorig jaar werd er in Eindhoven een meisje aangerand. Van de aanrander waren camerabeelden. Toen die werden uitgezonden op het opsporingsprogramma van Omroep Brabant, leverde dat tien tips op. Toen dezelfde beelden werden verspreid via Twitter, kwamen er drie keer zoveel tips binnen.

In Eindhoven werd gekozen voor een traditioneler model. Er werd eerst onderzoek gedaan, de beelden werden bekeken, vrijgegeven en gekoppeld aan een opsporingsbericht. Dezelfde manier waarop Opsporing Verzocht werkt, met Twitter als extra verspreidingskanaal.

Maar de Eindhovense politiechef Gerard Goossens was in ieder geval enthousiast. "Binnen twee à drie jaar zullen media als Twitter en Facebook als opsporingsmiddel belangrijker zijn dan televisie en/of kranten", schreeft hij op het Eindhovense politieblog.

Daderkennis

Bij de overval in Dieren werden Twitterberichten dus direct ingezet. Maar hier was dan ook sprake van zeer gunstige omstandigheden. De politie was er snel bij, de juwelier kon een goed signalement van de twee overvallers geven en de daders vluchtten te voet, daardoor konden ze niet ver zijn gekomen.

In deze omstandigheden waren de berichten succesvol. Maar het inzetten van Twitter op zo'n korte termijn kan ook nadelen hebben. De berichten volgden elkaar erg snel op, waardoor er geen tijd was om de informatie te corrigeren. Een advocaat zou de politie tunnelvisie kunnen verwijten, waardoor zijn cliënt vrijgesproken kan worden. Wouter Stol, onderzoeker en bijzonder hoogleraar Cybersafety aan de Politieacademie van Apeldoorn, erkent het risico. Maar volgens Stol is dat geen reden om Twitter niet voor opsporing te gebruiken. "Het opsporen van overvallers net na een overval is een typisch voorbeeld van hoe moderne technologie goed ingezet wordt. Je moet nieuwe communicatiemiddelen niet schuwen. Je moet experimenteren, kijken of het werkt."

Volgens Stol is Twitter goed om lokaal in te zetten. Door de snelheid van het medium is er volgens hem wel kans op fouten, maar die kans is er bij een normaal onderzoek evengoed. "In het ergste geval volgt dan vrijspraak door bijvoorbeeld een vormfout, maar daar kan de politie dan weer van leren," aldus Stol.

Net als SMS-alert

Volgens Paul Koetsier is er in Dieren een goede afweging gemaakt: "Bij het verspreiden van de informatie gaan we ervan uit dat de informatie die de meldkamer verspreidt aan agenten evengoed belangrijk kan zijn voor getuigen. Daarbij moet je wel goed nadenken over wat je meldt, want sommige informatie kan alleen de dader hebben. Er is wel een risico aan verbonden door de snelheid, maar als voorlichters hebben we veel ervaring met welke informatie wel en niet naar buiten kan worden gebracht."

Ellen Prummel, woordvoerder van het Openbaar Ministerie, valt hem daarin bij. "Of het nou een tweet of een sms-alert is, de politie denkt van tevoren na over de informatie die ze naar buiten brengen", zegt ze. "Daarbij wordt een afweging gemaakt over het belang voor het onderzoek en de privacy van de verdachte". Het Openbaar Ministerie denkt nog na wat het het officiële standpunt is rond het gebruik van Twitter als opsporingsmiddel. "Voorlopig behandelen we Twitter op dezelfde manier als een sms-alert. Daarbij moet ook op zeer korte termijn een afweging worden gemaakt wat er wel en wat er niet naar buiten komt."

Politie 2.0

Paul Koetsier lijkt Twitter definitief te hebben omarmd. Toen er begin februari veel ongelukken gebeurden in en rond Arnhem door gladheid, stuurde Koetsier om de paar minuten tweets met de laatste stand van zaken. Vroeger had hij aan het einde van de avond één persbericht gestuurd waar alle ongevallen in vermeld worden. "Het scheelt me ook veel tijd," zegt Koetsier. "Nu heb ik niet constant journalisten aan de lijn die een update willen. Ze kunnen het gewoon direct volgen via Twitter."