De Winter zou vandaag een afspraak hebben met de Nationale Politie om over het waarschuwen voor de journalist te praten, maar zei die ontmoeting twee weken geleden af omdat hij zijn advocaat niet mee mocht nemen. Ook een vertegenwoordiger van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) was niet welkom bij het gesprek. De Winter komt daar nu pas mee naar buiten omdat hij hoopte dat de Nationale Politie hem alsnog zou toestaan zijn advocaat mee te nemen.

Lastercampagne

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en de politie verspreidden eerder dit jaar intern gegevens van De Winter, zoals zijn adres. Ten onrechte, zo gaf de politie toe. Via memo's werd gewaarschuwd voor De Winter, die als gevaarlijk hacker omschreven werd. Voor zijn onderzoek zou hij ''mogelijk proberen om met niet-correcte legitimatie terreinen of gebouwen binnen te komen''. Toen hij zich bij het ministerie van Financiën meldde voor een lunchafspraak kwamen de praktijken van de politie aan het licht. Naderhand maakte ook het ministerie van Binnenlandse Zaken excuses, maar dat is voor de journalist onvoldoende.

"Voor mijn belangen heb ik mij genoodzaakt te gezien een advocaat in de arm te nemen. Gelet op de lastercampagne binnen de overheid lijkt mij dat heel normaal.", stelt De Winter tegenover The Post Online. "Er zijn meerdere voorbeelden van actieve tegenwerking door de politie over de laatste jaren. Ik heb niet het idee dat de Nationale Politie dat snapt. Dat ze niet weten wat er op het spel staat en hoever ze zijn gegaan om mij het werken onmogelijk te maken. Dit is méér dan onfatsoenlijk."

Tot op de bodem

''Ik wil weten wat er precies gebeurd is en hoe het is gelopen. Bij kwade opzet doe ik aangifte'', aldus De Winter. De advocaat van De Winter dient volgende week een verzoekschrift in om getuigen te verhoren. Dat zullen in ieder geval de chefs van de Nationale Politie en het Team High Tech Crime zijn.